Zeevisserij: feiten en cijfers

TNS NIPO: 650.000 zeesportvissers zetten 167 miljoen om!
Sportvissen op zee is immens populair en goed voor de economie. In 2006 waren er in Nederland 650.000 'zeehengelaars' die samen 167 miljoen euro aan de sportvisserij op zee uitgaven. De zeebaars speelt hierbij een grote rol: ruim 90.000 zeebaarsvissers spendeerden in totaal minimaal 16 miljoen euro om specifiek op zeebaars te vissen. Dit blijkt uit de resultaten van de Enquete zeesportvisserij 2006, Algemene situatie en zeebaarsvisserij van TNS NIPO.

Onder de 650.000 Nederlandse zeesportvissers zijn 505.000 mannen, 78.000 vrouwen en 68.000 kinderen jonger dan 15 jaar. In het zoute water wordt door de mannen gemiddeld acht keer per jaar gevist. Bijna de helft (47%) van de mannen heeft tot half november 2006 één tot drie vistrips gemaakt terwijl 19% dit maar liefst 10 tot 50 keer deed. Vissen vanuit een charterboot is een populaire bezigheid aangezien meer dan de helft (59%) het afgelopen jaar op een groot sportvisserijschip of charterboot is gestapt; 8% vist vanuit een eigen visboot. Slechts 17 procent van de zeevissers stapt nooit op een boot om een visje te vangen. De meeste vistrips worden echter vanaf het strand of de oever gevist: 38% van de mannelijke zeevissers vist meestal vanaf de kant, bij de vrouwen is dit 45 procent.

Voor de pot
Het 'vissenvoor de pot' is nog steeds populair: 70% van de zeevissers neemt vis mee naar huis. Makreel verdwijnt het vaakst in de pan: gemiddeld neemt een zeevisser hiervan 3,4 kilo mee naar huis. Van kabeljauw gaat gemiddeld 2,1 kilo mee.

Zeebaars
TNS NIPO heeft ook onderzoek gedaan naar de economische betekenis van de zeebaars. Duidelijk is dat er veel vissers zijn die op zeebaars vissen. In 2006 visten 91.000 mannen gericht op zeebaars en gemiddeld maakten zij daarvoor 2,7 sessies. Dat de zeebaarsvisserij wat mag kosten blijkt wel uit de uitgaven die daarmee gemoeid zijn: gemiddeld geeft de zeebaarsvisser 537 euro uit aan de hengelsport waarvan 174 euro specifiek aan de zeebaars.

In totaal genereert deze vis jaarlijks een omzet van 16 miljoen euro. Dat alle zeebaarstrips niet even succesvol waren blijkt wel uit het gegeven dat zij gemiddeld nog niet één zeebaars (0,9 per visser) per jaar wisten te vangen. De helft van alle gevangen zeebaars wordt in het kader van catch & release teruggezet. In het Deltagebied wordt duidelijk meer op zeebaars gevist dan in de Waddenzee.

Beleid en beheer
Van de mannelijke zeesportvissers is 37% lid van één of meer hengelsportverenigingen. Het percentage lidmaatschap van een zeehengelsportvereniging is met 9% verdubbeld ten opzichte van 1994. Maar liefst 76% van de zeehengelaars is voor het verhogen van de minimummaat van zeebaars en slechts 8% is daar tegen. 52% vindt dat het beheer van de zeebaars beter moet.

De helft is vóór de invoering van een zeevisdocument waarbij kosten van 10 euro per jaar door een grote meerderheid worden geaccepteerd. Indien het document verplicht zou zijn, is 74% bereid hiervoor te betalen als de opbrengst zou worden besteed aan verbetering van zeesportvissserij. Zij vinden een meeneemlimiet van tot maximaal zes zeebaarzen per visser per dag acceptabel als dat leidt tot een verbetering in de vangsten van zeebaars. Opvallend is dat tweederde van de vissers niet bekend is met het meeneemverbod van zalm en zeeforel.

Sportvisserij in het waddengebied: visiedocument.

Met het uitbrengen van deze visie (PDF) willen Sportvisserij Nederland, de Hengelsportfederaties NoordWest Nederland, Friesland en Groningen Drenthe de sportvisserij in ons grootste natuurgebied weer op de kaart zetten.

Divide