Column - Douchen
donderdag, 01 mei 2008
Als hengel moet je in een seconde klaar staan. Het is explosief werk. Belangrijk werk. En dan kun je er geen extra dingetjes bij hebben. Daarom zijn hengels ook altijd mannelijk. Anders zouden ze voortdurend ruzie hebben. En je moet scherp zijn. Geconcentreerd en in topconditie. Voor je het weet ligt midden in de dril je topoog eraf. Dan ben je misschien nog wel te redden, maar je bent toch anders. Bruikbaar, maar het perfecte is er af. En dan is het niet raar als je steeds minder gebruikt wordt.
Ik weet heus wel dat het de hengels zelf niks uitmaakt. Een bevuilde hengel vangt net zo goed als een spiksplinternieuwe. Het is meer voor mezelf. Ik wil dat hij er klaar voor is. Er zin in heeft. Het is misschien een beetje raar, maar ik heb het gevoel dat een schone hengel net even een tikkie voor heeft. En dan vis je lekkerder, dus vang je meer. Los van die hengel: het gaat er uiteindelijk om dat ik me lekker voel. Want zo’n hengel voelt niks. Dat is een ding. Als een steen. Of beter: een bierglas. Maar toch. Het is ook je maatje.
Zonder naam. Je maatje zonder naam. Ik weet dat er ook mensen zijn die juist de herinnering aan vorige avonturen niet weg willen halen. Is mij ook best. Maar ik ga nu lekker douchen met mijn hengels.

