Visstandbeheercommissies

(Bron: Visionair juni 2008)

Vertrouwen als basis voor een duurzame visserij

Sport- en beroepsvissers dienen in visstandbeheercommissies (VBC’s) samen met water- en natuurbeheerders te werken aan een gezonde visstand en een duurzame visserij. Inmiddels zijn voor de meeste wateren VBC’s ingesteld. In dit artikel wordt ingegaan op het speelveld, de taken en werkzaamheden van deze beheercommissies. Ook wordt een bezoek gebracht aan de VBC voor de Zuidelijke randmeren.


Zowel sport- als beroepsvissers hebben belang bij een goede snoekbaarsstand.

VBC's aan het werk
Van overleg naar plannen
Relatie met het waterbeheer
Professionele ondersteuning
Mission impossible
De voorzitter
De waterbeheerder
De beroepsvisser
De sportvisser

VBC’s aan het werk

Het onderwerp VBC's kent inmiddels een historie van 15 jaar, met als startpunt de Notitie Beleid Beroepsbinnenvisserij (1991). Tussen 1998 en 2005 is gewerkt aan het instellen en functioneren van VBC’s voor de staatswateren en voor een belangrijk
deel van de beheergebieden van de waterschappen. Het in 1999 door het ministerie van LNV uitgebrachte Beleidsbesluit Binnenvisserij heeft hieraan mede richting gegeven. In 2008 zijn voor het merendeel van de staatswateren VBC’s actief. Ook voor een groot aantal waterschapsgebieden zijn inmiddels VBC’s ingesteld.

Van overleg naar plannen

Vanwege cultuurverschillen, de noodzaak af te stemmen met water- en natuurbeheer en niet te vergeten de verschillende belangen is het samenwerking in VBC-verband geen eenvoudige opgave. Door de landelijke belangenorganisaties van sport- en beroepsvisserij is vanaf het begin veel tijd en energie geïnvesteerd in totstandkomen van de VBC’s. Naast het uitbrengen van de informatiemap Visstandbeheercommissies, het opstellen van voorbeeldconvenanten is door professionals van deze organisaties ook een intensieve ondersteuning in het veld geleverd. Voor wat betreft de oprichting van VBC’s en initiëren van
overleg tussen visrechthebbenden is het beleid geslaagd. Een VBC is echter niet alleen een overlegorgaan, maar dient ook handen en voeten aan het voorgestane beheer te geven. Dat betekent het maken van (vis)plannen en vooral het uitvoeren daarvan. En dat is geen eenvoudige klus.

Relatie met het waterbeheer

Zeker niet omdat wat betreft het werk van de VBC’s er een directe en nadrukkelijke relatie is ontstaan tussen enerzijds het in VBC-verband uit te voeren visstand- en visserijbeheer en anderzijds de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natura 2000. Het visstand- en visserijbeheer zullen in de zienswijze van de ministeries van LNV en Verkeer en Waterstaat aan moeten sluiten op de ecologische doelen van de KRW. In de praktijk betekent dit dat de VBC’s het voorgestane beheer vast moeten leggen in visplannen. Naar verwachting zullen deze visplannen binnen nu en 1,5 jaar moeten worden geschreven. De visplannen dienen
daarbij toetsbaar aan te sluiten bij de KRW en – waar aan de orde – Natura 2000 doelen. De toetsing en de naleving van het visplan zal de komende jaren privaatrechtelijk via de huurovereenkomsten voor het visrecht worden vastgelegd. De Rijksoverheid zal ook andere eigenaren / beheerders vragen dit beleid over te nemen en te implementeren. Deze zomer wordt hierover nadere informatie verwacht.

Professionele ondersteuning

Visserij- en visstandbeheer lijkt een onmogelijke taak voor een commisie die bestaat uit vrijwilligers. Uit vaak tegenstrijdig (lijkende) belangen moet een eenduidig visserijbeheer worden gedestilleerd, wat vervolgens passend moet zijn bij het water- en natuurbeheer. Voor het opstellen van visplannen en het uitvoeren daarvan is het naast de inhoudelijke uitwerking met afstemming op de KRW en Natura-2000 doelen, nodig dat actief wordt gewerkt aan monitoring van de visstand, alsmede het voorbereiden en uitvoeren van regelgeving, controle en handhaving. Het opstellen van visplannen is een intensief traject wat veel tijd vraagt.

De VBC’s krijgen bij hun werkzaamheden echter professionele ondersteuning van de belangenorganisaties Sportvisserij Nederland en de Combinatie van Beroepvissers. Deze ondersteuning is onmisbaar om in VBC-verband tot kwalitatief goede visplannen te komen. Daarnaast is er door beide organisaties bij LNV een projectvoorstel ingediend voor het tijdelijk inzetten van vier fte’s die, naast de al bestaande ondersteuning, volledig zullen worden ingezet ter ondersteuning van de VBC’s.

Mission impossible

Inmiddels zijn er ruim 30 VBC’s ingesteld. Een groeiend aantal beschikt over een visplan of is bezig met het opstellen daarvan. Sommige VBC’s zijn een stap verder en voeren het visplan al in de praktijk uit. Een bijzonder voorbeeld zijn de VBC’s voor de Randmeren. Het leek een mission impossible om voor deze wateren VBC’s op te tuigen. Het wantrouwen tussen sport- en beroepsvisserij was hier namelijk zo groot dat er in feite sprake was van een koude visserijoorlog. Beide partijen hadden zich diep ingegraven en beschuldigden elkaar van stroperij en overbevissing.

Toch bestaat er sinds 2004 een tweetal VBC’s voor deze wateren, te weten een VBC ZuidelijkeRandmeren en een VBC Veluwe Randmeren. Een VBC die een visplan opstelt, deze afstemt met de waterbeheerder en het vervolgens ook nog uitvoert. Hoe deze klus wordt geklaard vroegen we aan een aantal leden van de VBC Zuidelijke Randmeren.

De voorzitter

Han Abelman is sinds 2006 voorzitter van de VBC Zuidelijke Randmeren. Als voormalig hoofd van de afdeling Watersystemen bij Rijkswaterstaat is hij geen onbekende met de visserij op de randmeren. Toch schrok hij bij zijn aantreden van de belangentegenstellingen: “Niemand bleek naar elkaar te luisteren. Iedereen vond zijn eigen waarheid de enige waarheid. Het wantrouwen was groot. Ook het cultuurverschil tussen sport- en beroepsvissers bleek aanzienlijk. Wat bij de beroepsvisserij nogal stak was de zeer negatieve berichtgeving op diverse internetsites.

En laten we eerlijk zijn, het is niet prettig om continu van alles en nog wat te worden beschuldigd terwijl je keihard voor je boterham werkt. De grootste uitdaging voor mij was de beide partijen naar elkaar te laten luisteren. Dat lukte wonderwel zeer goed. Door als normale mensen met elkaar te praten ontstond begrip en later vertrouwen. Ook de professionele ondersteuning vanuit de hengelsport draagt in belangrijke mate bij
aan het functioneren van de VBC.

Bijzonder is dat de beide beroepsvissers in de VBC zichzelf vertegenwoordigen. Dat kan alleen als sprake is van voldoende vertrouwen tussen beide partijen. En dat is er gelukkig. Daarnaast is ook het besef gegroeid dat beide partijen met evenveel recht in dezelfde vijver vissen. Compromissen willen en durven sluiten is noodzakelijk voor een uitvoerbaar beheer.” Wat betreft de status van een VBC is Abelman duidelijk: “Een VBC is weliswaar geen rechtspersoon maar is wel degelijk een zwaar adviescollege. De deelnemende partijen hebben zich via een convenant gecommiteerd aan de VBC en afgesproken om op basis van onderlinge afspraken uitvoerbare visplannen te maken. Zowel sport- als beroepsvisserij zijn zich daarbij bewust van de noodzaak om de visserij af te stemmen met het waterbeheer.”

De waterbeheerder

Bauke de Witte vertegenwoordigt Rijkswaterstaat in de VBC. Zijn belangrijkste taak is informatieuitwisseling en de visserij passend te krijgen bij het KRW-beleid. “Mijn uitdaging is het bereiken van een duurzame visserij die in lijn is met de KRW. Hierbij spelen bijvoorbeeld zaken als vismigratie maar ook soortensamenstelling, abundantie en leeftijdsopbouw van de aanwezige visstand een grote rol.” De Witte ziet zich vooral als bruggenbouwer: “Vertrouwen tussen de partijen is de basis van het succes. Vooral bij de hengelaars moet dit vertrouwen nog groeien. Niet zozeer wat betreft hun vertegenwoordigers binnen de VBC, maar vooral wat betreft de sportvissers die op de randmeren vissen. Bij die groep moet nog hard worden gewerkt aan draagvlak.”

Wat betreft de rol van de waterbeheerder is hij duidelijk: “De overheid staat los van de sectorale belangen, wil alle belangen in beeld brengen en werkt vanuit een overkoepelende visie. Daarbij is er meer dan vis alleen. Functies zoals visserij
moeten in het gebied passen.” De Witte ziet de VBC als het overlegorgaan waarbij de afzonderlijke visrechthebbende verantwoordelijk zijn voor te voeren beheer.

Hoeveel tijd besteedt hij aan het werk in de VBC? “In het begin waren er relatief veel bijeenkomsten. Die waren vooral nodig om begrip en respect voor elkaar te krijgen. Sinds er een visplan ligt komen we veel minder bij elkaar, hooguit 4 tot 5 keer per jaar. De VBC vormt daarbij voor RWS een belangrijk aanspreekpunt voor visserijgerelateerde onderwerpen. Tegelijkertijd functioneert de VBC als adviesorgaan richting waterbeheerder. Sport- en beroepsvissers kennen het water immers als de beste. Elke verandering merken zij als eerste op. Ze zijn de ogen en oren aan de waterkant. Ook deze informatie komt in de VBC op tafel.”

De beroepsvisser

Tijdens een fraaie dag vroeg in het voorjaar vertelt Gerard Heimesen van de PU 33, een van de beroepsvissers die op de zuidelijke randmeren vist, wat hij van de VBC vindt. “In het begin zag ik het niet zo zitten, maar de vissersbond BNOB waar we toen nog bij waren aangesloten dwong ons min of meer in de VBC zitting te nemen. Wat me meteen opviel was het wantrouwen van de sportvissers. Ze hadden echt een verkeerd beeld van ons. Aart Lokhorst, de toenmalige secretaris van de
BNOB heeft er hard aan getrokken om het vertrouwen tussen sport- en beroepsvissers te herstellen. Bijzonder, omdat Aart afkomstig is uit de sportvisserij.


De beroepsvissers vissen in de winterperiode met de zegen
op brasem en blankvoorn.

Eerlijk is eerlijk, al snel na de eerste bijeenkomsten verbeterde de verhouding met de sportvissers. Wat ik overigens nog wel vervelend vind is de negatieve berichtgeving op internet. Het is gewoon niet prettig om voor stroper te worden uitgemaakt, terwijl je gewoon je werk doet en je daarbij aan de regels houdt.Tegenwoordig zitten we overigens op persoonlijke titel in de VBC en komen we om de beurt op een vergadering.” Heimesen is ook positief over het visplan: “Het is prettig dat er eindelijk goede afspraken over de visserij zijn gemaakt. We weten waar we aan toe zijn, wat we mogen en kunnen vangen. Verder is het prettig dat het visplan niet star is. Zo kregen we dit jaar de ruimte om wat langer met de zegen op brasem door te vissen. Goede zaak omdat we in het begin van het seizoen door de harde wind veel dagen niet het water opkonden.”

Wat betreft de visstand zelf merkt Heimessen op dat deze behoorlijk verandert. Vooral de sterke opkomst van de snoek op de randmeren valt hem op. Toch weet hij nog steeds een goede boterham te verdienen met de vangst van brasem. Volgens hem is er sprake van een gezonde brasemstand en is hij van mening dat hij deze duurzaam bevist: “De brasem ziet er gezond uit en dat is in het verleden wel eens anders geweest. Het huidige quotum voldoet. We moeten er niet meer gaan wegvangen zoals er soms wel wordt voorgesteld als maatregel om de waterkwaliteit te verbeteren. Ik zie het niet zo zitten om dat kapitaal weg te vissen. Daarbij is de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Voor mij hoeft het water niet glashelder te worden, dan neemt namelijk ook de visstand af.”


De snoek neemt op de randmeren sterk in aantal toe.

De sportvisser

Tenslotte geven we het woord aan Reinier Geytenbeek. Reinier vertegenwoordigt de sportvisserij in de VBC en is daarnaast namens de sportvisserij verantwoordelijk voor de visserijcontrole op het Gooi- en Eemmeer. Reinier is geen onbekende met de visserij op de Randmeren. Bij de toenamelige VHSR, de Verenigde Huurders Schubvis-visrechten Randmeren (een samenwerking van visrechthebbende sportvisserijorganisaties – red.) was hij coördinator Bestrijding Visstroperij voor de Zuidelijke Randmeren. Door zijn inzet liep menig visstroper tegen de lamp. Dat hij een gedreven snoekbaarsvisser is die het water als zijn broekzak kent, komt goed uit.

Reinier is positief over de voortgang die er in de VBC wordt geboekt: “Sport- en beroepsvisserij stonden vroeger lijnrecht tegenover elkaar, het wantrouwen was groot. Door samen te werken in de VBC wordt er nu met elkaar gepraat in plaats van over elkaar. En dan blijken de opvattingen over visserij en visstand niet zo ver uit elkaar te liggen.” De belangrijkste taak van Reinier is het controleren van de beroepsvissers. “In de VBC is de afspraak gemaakt dat de beroepsvissers wanneer ze in de winterperiode met de zegen vissen elke aanlanding aan mij melden. Ik controleer dan of de toegestane soorten worden aangeland en er geen ondermaatse vis bij de vangst zit.

Daarnaast kunnen we in de zomerperiode ook de vangsten in de fuiken controleren. Wat betreft de visserij met schietfuiken hebben we overigens in de VBC bereikt dat ze van keerwant moeten worden voorzien. De beroepsvisserij houdt zich hieraan en het gevolg is dat de sterfte aan jonge vis met 35 procent is afgenomen en er geen maatse vis anders dan aal in de schietfuiken terecht komt. Verder hebben we afgesproken dat de beroepsvissers de fuiken om de drie dagen legen en daarbij zorvuldig met de vangst om te gaan. Daar houden ze zich aan, en ook daardoor neemt de sterfte aan bijvangst af.” Reinier vindt het ook goede zaak dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt over de benutting van snoekbaars door de beroepsvisserij. “Toen er nog geen VBC was, moesten de beroepsvisser in de fuiken gevangen snoekbaars terugzetten. Dat deden ze vaak niet, de vis was immers vaak op sterven na dood.

Op de Zuidelijke Randmeren mogen de twee beroepsvissers nu legaal ieder 3000 kilo snoekbaars meenemen die is bijgevangen in de hokfuiken. Dat quotum halen ze overigens niet, maar het betekent wel extra inkomsten voor ze. Belangrijker is nog dat de beroepsvisserij, net als de sportvisserij een belang krijgt bij een goede snoekbaarsstand. Reden om nog zorgvuldiger met bijvangsten van jonge vis om te gaan.” Het werk van de VBC gaat volgens Reinier verder dan alleen de visserij: “we trekken bijvoorbeeld ten strijde tegen het plan van de provincie om bagger te storten in de diepe putten van het Gooimeer.

Gevaarlijk voor de waterkwaliteit en zeer slecht voor de snoekbaarsstand. Het idiote is dat dezelfde provincie met man en macht juist streeft naar het zuigen van diepe putten in de Loosdrechtse plassen. Notabene om de waterkwaliteit te verbeteren.” Afsluitend vertelt Reinier dat de VBC het belangrijkste doel voor de sportvisserij in ieder geval dichterbij brengt: “De vangsten van snoekbaars leken duidelijk af te nemen, er werd veel geklaagd door sportvissers. Het is natuurlijk niet eenvoudig aan te tonen, maar de maatregelen die de VBC heeft getroffen lijken zijn vruchten af te werpen, de afgelopen jaren trekken de snoekbaarsvangsten duidelijk aan.”

Divide