Karperbeleid

Geliefd en gehaat
De mens lijdt het meest onder de zorgen die hij vreest

Aanleiding

Gewild

Het sportvissen op karper is in Nederland zeer populair. Het is een gewilde vis om te vangen. Met een penhengel lopend langs de waterkant of een weekend lang in een tentje op zoek naar de echt ‘grote jongens’ Voor de sportvisserij is de karper een van de belangrijkste vissoorten in het binnenwater. Drie- tot vierhonderdduizend sportvissers vissen op karper en voor tienduizenden is karpervissen anno 2014 ‘a way of life’. Het karpervissen zorgt voor een economische omzet van 100 miljoen euro op jaarbasis en 800 mensjaren werkgelegenheid.

Weerstand

Voor een goed karperbestand is een gericht beheer en soms uitzet van vis noodzakelijk. Veel waterbeheerders staan in de huidige tijd van de Kaderrichtlijn Water echter negatief en heel terughoudend ten opzichte van de uitzet van karper. Men vraagt zich af of de vis inheems is of een exoot, vreest verdringing van andere vissoorten en een negatief effect door bodemwoeling op de waterkwaliteit (vertroebeling) en de groei van waterplanten.

Steeds meer hengelsportorganisaties ontmoeten bij het visstand- en visserijbeheer dan ook een grote weerstand ten aanzien van hun inspanningen om een aantrekkelijk karperbestand te realiseren en/of te handhaven.

Inventarisatie wetenschappelijk onderzoek

Voor Sportvisserij Nederland was dit de reden om zo veel mogelijk van de aanwezige wetenschappelijke kennis over karper te verzamelen en te verspreiden. Wereldwijd is hiertoe onderzoek geraadpleegd. Dit resulteerde in het rapport ‘Karper in Nederland’, ruim 200 pagina’s dik met verwijzing naar honderden wetenschappelijke onderzoeken. Het rapport wordt ruim digitaal verspreid binnen de sportvisserij, overheden en water- en natuurbeheerders, adviesbureau’s en onderzoeksinstituten.

Ingegaan wordt op de historie en verspreiding van karper, kweek en uitzettingen in Nederland, de invloed van karper op waterkwaliteit, ecosysteem en de Kaderrichtlijn Water, sportvisserij en karper en het beheer van karper. Het volledige rapport, verdeeld in 5 hoofdstukken:

    0. Voorwoord, inleiding, samenvatting, inhoudsopgave (pdf)
    1. Karper: historie en verspreiding (pdf)
    2. Teelt van karper en karperuitzettingen in Nederland 1850-2014 (pdf)
    3. Karper: waterkwaliteit, ecosysteem en Kaderrichtlijn Water (pdf)
    4. Sportvisserij en karper (pdf)
    5. Beheer van karper (pdf)

    Resultaten

    Geïntegreerd

    Uit de onderzoeken kan worden geconcludeerd dat de karper in Nederland als een inheemse vis kan worden gezien. De kolonisatie via een natuurlijk proces vanuit het vanuit het Rijnstroomgebied in de Middeleeuwen is aannemelijk, mogelijk ondersteund door het toen aanwezige ‘klimaatoptimum’. De mogelijkheid dat al vroeg in het domesticatieproces ook gekweekte exemplaren zich hebben kunnen vermengen met het natuurlijke bestand is niet uit te sluiten. Kweek, uitzettingen en ‘ontsnappingen’ en van daaruit mogelijke verwildering van gekweekte individuen, zijn waarschijnlijk een parallel spoor waarmee de karper haar leefgebied met behulp van de mens heeft uitgebreid.


    In het rapport ‘Karper in Nederland’ komt ook de karperkweek uitgebreid aan de orde.

    Gematigd

    De karper heeft vanuit de biologische eigenschappen van de soort een groot aanpassingsvermogen. Zij kan daarmee een breed spectrum aan habitats en watertypen bewonen en heeft een daarop gerichte levensstrategie. In sommige omstandigheden kan de karper ook een dominante positie in de visgemeenschap innemen. Een groeiend aantal wetenschappelijke rapporten en artikelen uit overwegend de Verenigde Staten en Australië wijst daarbij op de ongewenste impact van karper (introducties).

    In hoge dichtheden (aantal/biomassa/biologische productie) heeft de soort impact op het ecosysteem waarin de vis leeft, de waterkwaliteit en de leefmogelijkheden van andere vissoorten. Hoge dichtheden komen voort uit een hoge natuurlijke rekrutering en productie.

    In de Nederlandse omstandigheden -in feite in geheel West-Europa- komt volgens onderzoek een dergelijke voortplanting en groei van het bestand nagenoeg niet voor. De klimatologische en fysisch-chemische omstandigheden zijn hiervoor meestal onvoldoende geschikt en er is de nodige predatie. Alleen in enkele brakke wateren (kreken) en polders met een hoog chloride gehalte kan in natuurlijke situaties een dicht karperbestand voorkomen, omdat de snoek als predator ontbreekt.

    Omdat in Nederland de natuurlijke aanwas meestal (zeer) laag is, wordt de karper door de visrechthebbende uitgezet als maatregel om voor de sportvisserij aantrekkelijke mogelijkheden te creëren.


    Karperuitzet

    Bodem

    De karper zoekt -net als sommige andere vissoorten- een deel van zijn voedsel in de bodem. Afhankelijk van het aantal vissen zorgt dit volgens de onderzoeken voor een zekere mate van woeling van de waterbodem en daarmee beïnvloeding van de helderheid van het water en de groei van waterplanten (KRW-doelen). Ook de aanwezigheid van andere vissen, krabben, kreeften, tubifex, scheepvaart, recreatievaart, windwerking e.d. speelt hierbij een rol.

    Om te voorkomen dat de karper een ongewenste invloed heeft op de helderheid van het water, de groei van waterplanten en eventuele leefmogelijkheden voor andere vissoorten, is een planmatig en verantwoord visserijbeheer noodzakelijk.

    Waterkwaliteit en welzijn

    De nutriëntenbijdrage (P) uit lokaas lijkt volgens onderzoek voor de meeste wateren onder de 1% te liggen en is daarmee marginaal van invloed op de waterkwaliteit.

    De karper is een sterke vis en de overleving in de praktijk van ‘catch-and-release’ blijkt volgens onderzoek bij een goede behandeling van de gevangen vis bij de 100% te liggen.

    Standpunten karperbeleid Sportvisserij Nederland

    Gebaseerd op de inventarisatie van wetenschappelijke studies staat Sportvisserij Nederland inzake karper voor de volgende punten:

    Planmatig en verantwoord

    1) Uitzet van vis moet binnen een planmatig visstandbeheer plaatsvinden en verantwoord zijn ter zake van het waterbeheer, de functies van het water en de wensen vanuit de sportvisserij. Dit geldt ook wat betreft de karper. Planmatig betekent de cyclus van inventariseren, analyseren, beheren, en weer inventariseren (monitoren). Sportvissers en hengelsportorganisaties dienen dit zo goed mogelijk invulling te geven en waar gewenst kort te sluiten met de verantwoordelijke waterbeheerder.

    Helder plantenrijk water

    2) Bij heldere plantenrijke wateren heeft een biomassa karper van minder dan 100 kg per hectare -welke is samengesteld uit grotere, laag productieve dieren (leeftijdsklasse 4 jaar en ouder)- een nihil tot zeer beperkt effect op het ecosysteem en in het bijzonder de vegetatie.

    Echter, in een situatie waarbij de biomassa wordt ingenomen door kleine, hoog productieve dieren (circa 1-2 kg per stuk), kunnen er door het dan relatief grote aantal karpers (50-100 vissen per hectare) wel negatieve effecten worden verwacht. Deze impact kan vervolgens in de tijd worden versterkt door groei, competitie, productie en een eindbiomassa die dan, afhankelijk van het dragend vermogen, ver boven de 100 kg/ha zal uitstijgen.

    Vanuit extra voorzorg wordt voor heldere plantenrijke wateren een biomassa van 80 kg karper per hectare geadviseerd (grotere, laag productieve dieren).

    Grote, troebele wateren

    3) In grote troebele kunstmatige wateren (rivieren, kanalen, stedelijk gebied) kan volgens onderzoeken zonder probleem een enkele malen groter bestand karper aanwezig zijn. In de praktijk zal dit echter niet voorkomen en met uitzet is dit gezien de kosten nooit te realiseren. In speciale karpervijvers is een bestand van 200 tot 600 kg per hectare goed mogelijk.

    KRW-maatlat

    4) De KRW-maatlat inzake karper behoeft herziening. Zij is onvoldoende onderbouwd en slechts gebaseerd op twee voor Nederland niet representatieve onderzoeken, waarvan één uit Argentinië. Daarnaast is de maatlat ongenuanceerd en worden brasem en karper op één hoop gegooid en als één op één uitwisselbaar gezien. Dit is niet gefundeerd door onderzoek. Het verschil in status voor karper in stilstaande en stromende wateren binnen de KRW roept veel vragen op.

    Ziekten

    5) Onder karpers kunnen zich gevreesde ziekten voordoen (o.a. KHV en KSD) die leiden tot sterfte van grote delen van het karperbestand. Voorzichtigheid is derhalve geboden. Om eventuele uitbreiding / verspreiding tegen te gaan dienen sportvissers de gevangen vis in hetzelfde water terug te zetten. Ongebreidelde uitzet van pootvis is ook niet aan te raden en de vraag is of gekweekte vis niet van een keurmerk moet worden voorzien.

    Lees ook:

      0. Voorwoord, inleiding, samenvatting, inhoudsopgave  (pdf)
      1. Karper: historie en verspreiding (pdf)
      2. Teelt van karper en karperuitzettingen in Nederland 1850-2014 (pdf)
      3. Karper: waterkwaliteit, ecosysteem en Kaderrichtlijn Water (pdf)
      4. Sportvisserij en karper (pdf)
      5. Beheer van karper (pdf)

      Divide