Brasem

Brasem

Karpers

Abramis brama, (Linnaeus, 1758)*

Lengte afgebeelde vis: 40 cm
Lengte tot circa: 80 cm
V

Toelichting

Herkenning: 1. Kleine exemplaren kunnen verward worden met de kolblei. Aantal rijen schubben boven de zijlijn, geteld volgens de schuin naar de rugvin gerichte pijl, bedraagt 12-14 (de schub op de zijlijn niet meegeteld). 2. De oogdiameter is kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek. 3. De bek is onderstandig en ver uitstulpbaar. 4. Op de zijlijn liggen 51 - 60 schubben.
Verspreiding: Een zeer algemene vissoort in het Nederlandse binnenwater in zowel zoet als brak water.
Leefwijze: Het optimale leefgebied van de brasem biedt zowel ruim, open water waarin de brasem in scholen naar voedsel zoekt als ondiepe, begroeide oeverzones, waar de paai- en opgroeigebieden zich bevinden. Is voor de paai minder afhankelijk van waterplanten dan bijvoorbeeld ruisvoorn of kolblei. Paait van eind april tot midden juni.
Voedsel: Hoofdzakelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen, dierlijk plankton en wormpjes.

Naamgeving: Bream Brachsen Brême

Een "V" betekent dat de vissoort in de Visserijwet is opgenomen.


Meer informatie

* Naam van de eerste auteur die de vissoort een wetenschappelijke naam gaf, en het jaar waarin dat gebeurde. Is de eerste wetenschappelijke naam nadien gewijzigd, dan staan de auteursnaam en het jaartal tussen haakjes.

Divide