Systematiek en naamgeving

Er zijn momenteel circa 30.000 vissoorten bekend. Een aantal dat nog elke dag groeit! De Griek Plinius sloeg in het jaar 77 na Christus dan ook flink de plank mis, toen hij bij de presentatie van zijn vissoortenlijst waarop 176 soorten prijkten, trots uitriep: "In de zeeŽn en oceanen, zo onmetelijk groot als zij zijn, bestaat er, bij Hercules!, niets onbekends meer voor ons!"

Met het toenemen van het aantal bekende soorten, ontstond de behoefte om vissoorten in te delen en de classificeren. De eerste systematische aanzet daartoe, is van de hand van de Zweedse bioloog Carolus Linnaeus en dateert uit 1758. Linnaeus maakte niet alleen voor de vissen een systematische indeling, maar ook voor andere dieren en planten.

Hij maakte daarbij gebruik van overeenkomsten en verschillen in bouw, vorm en kleur. In het overzichtelijke systeem dat zo ontstond, vormde de soort de laagste categorie. Tot een soort behoorden dan de dieren waarvan de door Linnaeus gebruikte kenmerken overeenkwamen. Soorten die veel op elkaar leken, deelden Linnaeus in bij hetzelfde geslacht. Verwante geslachten bracht hij onder in dezelfde familie, verwante families in orden en verwante orden in klassen. De Latijnse naam die Linnaeus aan een soort gaf, bestond uit twee gedeelten. De eerste naam was de geslachtsnaam; de tweede de soortnaam. Zo noemde hij de brasem bijvoorbeeld Cyprinus brama.

De bruikbaarheid van zijn methode was zo groot, dat de principes ervan ook nu nog worden gebruikt! Vanzelfsprekend zijn we tegenwoordig veel beter op de hoogte van de bouw, vorm, gedrag, erfelijkheid, afstamming en verspreiding van de verschillende vissoorten. De oorspronkelijke indeling van Linnaeus heeft daarom wel een aantal wijzigingen ondergaan. Ook de namen, vooral de geslachtsnamen, zijn daardoor in veel gevallen gewijzigd.

De huidige tak van de biologie die zich bezig houdt met de naamgeving en de indeling van dieren en planten, is de taxonomie (systematiek). Op grond van uitgebreid onderzoek aan in- en uitwendige kenmerken, is men voortdurend bezig om de verwantschap van bekende en nieuwe soorten zo goed mogelijk in kaart te brengen. Het kan daardoor ook nu nog gebeuren, dat al lang bestaande namen veranderen. In de meeste gevallen betreft het dan een wijziging van de geslachtsnaam.

Hoe wordt een vissoort ingedeeld?
Om een vis- of andere diersoort in te kunnen delen, zijn er in navolging van Linnaeus een aantal categorieŽn opgesteld, die bij elkaar opgeteld het gehele dierenrijk beslaan.

Overzicht van de hoofdcategorieŽn:

Rijk

Stam

Klasse

Orde

Familie

Geslacht

Soort

Sommige categorieŽn kunnen weer verder worden onderverdeeld, door de toevoeging van Super-, Infra- en Sub-. Elke categorie heeft een Latijnse naam, zoals Gnathostomata, Actinopterygii, Teleostei.

Indeling van de Nederlandse vissen

De Nederlandse visfauna bestaat uit ongeveer 180 soorten. Momenteel worden 72 soorten permanent dan wel incidenteel in de 360.000 hectare zoete wateren van ons land aangetroffen.  Onze zeevisfauna is ongeveer 119 soorten rijk, waarvan er 14 (trekvissen) ook in het zoete water voorkomen.

De Nederlandse vissen kunnen - net als de AmfibieŽn, Reptielen, Vogels en Zoogdieren - worden gerekend tot het Rijk van de Animalia (Dieren), de Stam van de Chordata (Dieren met ruggenstreng) en de Substam van de Vertebrata (Gewervelde dieren). Vervolgens zijn de Nederlandse vissen op het niveau van de (Super)Klasse te verdelen in drie hoofdgroepen. Tot de Agnatha (kaaklozen) kunnen alle prikken worden gerekend. De haaien en roggen kunnen tot de Chondrichthyes (kraakbeenvissen) worden gerekend. Alle andere Nederlandse vissen kunnen worden gerekend tot de Osteichthyes (beenvissen). 

Rijk Animalia
Stam Chordata
Substam Vertebrata
(Super)klasse Agnatha Chondrichthyes Osteichthyes

 

Indeling van de Nederlandse prikken

Er leven in Nederland drie soorten prikken, die tot dezelfde (sub)familie en twee verschillende geslachten behoren. 

Geslacht Soort Nederlandse naam
Superklasse Agnatha
Klasse Cephalaspidomorphi
Orde Petromyzontiformes
Familie Petromyzontidae
Subfamilie Petromyzontinae Petromyzon Petromyzon marinus Linnaeus, 1758 zeeprik
Lampetra Lampetra fluviatilis (Linnaeus, 1758)
Lampetra planeri (Bloch, 1784)
rivierprik
beekprik

 

Indeling van de Nederlandse haaien en roggen

De Nederlandse haaien en de roggen behoren tot de subklasse van de Elasmobranchii en de superorde van de Euselachii. Deze omvat weer drie orden, waartoe de haaien behoren en een orde waartoe de roggen en de pijlstaartroggen kunnen worden gerekend.

Familie Geslacht Soort Nederlandse naam
Klasse Chondrichthyes
Subklasse Elasmobranchii
Superorde Euselachii
Orde Carcharhiniformes Sclyorhinidae
(Hondshaaien)
Sclyorhinus Sclyorhinus canicula (Linnaeus, 1758)
Sclyorhinus stellaris (Linnaeus, 1758)

hondshaai
kathaai

Triakidae
(Toonhaaien)
Galeorhinus Galeorhinus galeus (Linnaeus, 1758) ruwe haai
Mustelus Mustelus mustelus (Linnaeus, 1758)
Mustelus asterias Cloquet, 1821

gladde haai
gevlekte gladde haai

Lamniformes Alopiidae
(Voshaaien)
Alopias Alopias vulpinus (Bonnaterre, 1788) voshaai
Cetorhinidae
(Reuzenhaaien)
Cetorhinus Cetorhinus maximus (Gunnerus, 1765) reuzenhaai
Lamnidae
(Makreelhaaien)
Lamna Lamna nasus (Bonnaterre, 1788) haringhaai
Squaliformes Squalidae
(Doornhaaien)
Squalus Squalus acanthias Linnaeus, 1758 doornhaai
Rajiformes Rajidae
(Roggen)
Dipturus Dipturus batis (Linnaeus, 1758) vleet
Raja

Raja clavata Linnaeus, 1758
Raja montagui Fowler, 1910
Raja radiata (Donovan, 1808)

stekelrog
gevlekte rog
sterrog

Dasyatidae
(Pijlstaartroggen)
Dasyatis Dasyatis pastinaca (Linnaeus, 1758) pijlstaartrog


 


Indeling van de Nederlandse steuren

In Nederland komen vier soorten steur voor, die allen behoren tot het geslacht Acipenser. Aleen Acipenser sturio is inheems, de andere drie zijn door uitzettingen in ons binnenwater terecht gekomen..

Soort Nederlandse naam
Superklasse Osteichthyes
Klasse Actinopterygii
Subklasse Chondrostei
Orde Acipenseriformes
Suborde Acipenseroidei
Familie Acipenseridae
Subfamilie Acipenserinae
Geslacht Acipenser Acipenser sturio Linnaeus, 1758
Acipenser gueldenstaedtii Brandt & Ratzeburg, 1833
Acipenser baerii Brandt, 1869
Acipenser ruthenus Linnaeus, 1758

Atlantische steur
Russische steur
Siberische steur
sterlet

 


Indeling van de overige Nederlandse vissen

Met uitzondering van de prikken, de haaien en de roggen en de steuren, behoren alle Nederlandse vissen tot de (Infra)klasse van de Teleostei. Deze bestaat uit 20 orden. De orden zijn op hun beurt samengesteld uit families. De gehele Nederlandse visfauna kan worden ondergebracht in 64 families, waartoe bij elkaar 177 soorten behoren.

Superorde Orde Suborde/Superfamilie Familie
Superklasse Osteichthyes
Klasse Actinopterygii
Subklasse Neopterygii
Infraklasse Teleostei Elopomorpha Anguilliformes Anguilloidei Anguillidae (alen)
Congroidei Congridae (kongeralen)
Clupeomorpha Clupeiformes Clupeoidei Clupeidae (haringen)
Engraulidae (ansjovissen)
Protacanthopterygii Salmoniformes Osmeridae (spieringen)
Salmonidae (zalmen en forellen)
Esociformes Esocidae (snoeken)
Umbridae (hondsvissen)
Stenopterygii Stomiiformes Gonostomatoidei Sternoptychidae (parelmoervissen)
Ostariophysi Cypriniformes Cyprinoidea Cyprinidae (karpers)
Cobitoidea

Cobitidae (modderkruipers)
Balitoridae (bermpjes)

Siluriformes Siluridae (meervallen)
Ictaluridae (dwergmeervallen)
Clariidae (Afrikaanse meervallen)
Paracanthopterygii Gadiformes

Merluccidae (heken)
Gadidae (kabeljauwen)

Lophiiformes Lophioidei Lophiidae (zeeduivels)
Acanthopterygii Mugiliformes Mugilidae (harders)
Atheriniformes Atherinioidei Atherinidae (koornaarvissen)
Beloniformes Belonoidei Belonidae (gepen)
Cyprinodontiformes Cyprinodontoidei Poeciliidae (tandkarpers)
Zeiformes Zeioidei Zeidae (zonnevissen)
Gasterosteiformes Gasterosteoidei Gasterosteidae (stekelbaarzen)
Syngnathiformes Syngnathoidei Syngnathidae (zeenaalden)
Scorpaeniformes Scorpaenoidei Triglidae (ponen)
Cottoidei

Cottidae (donderpadden)
Agonidae (harnasmannetjes)
Cyclopteridae (snotolven)
Liparidae (slakdolven)

Perciformes Percoidei

Moronidae (zeebaarzen)
Centrarchidae (zonnebaarzen)
Percidae (baarzen)
Carangidae (horsmakrelen)
Bramidae (zeebramen)
Sparidae (zeebrasems)
Sciaenidae (ombervissen)
Mullidae (zeebarbelen)

Labroidei Labridae (lipvissen)
Zoarcoidei Zoarcidae (puitalen)
Pholidae (botervissen)
Anarhichadidae (zeewolven)
Trachinoidei Ammodytidae (zandspieringen)
Trachinidae (pietermannen)
Blennioidei Blennidae (slijmvissen)
Callionymoidei Callionymidae (pitvissen)
Gobioidei Gobiidae (grondels)
Scombroidei Scombridae (makrelen)
Pleuronectiformes Pleuronectoidei

Bothidae (schurftvissen)
Scophthalmidae (tarbotten)
Pleuronectidae (schollen)
Soleidae (tongen)

Tetraodontiformes Tetraodontoidei Balistidae (trekkervissen)
Molidae (maanvissen)



Naamgeving van vissoorten
In navolging van Linnaeus wordt de wetenschappelijke naam van een soort ook tegenwoordig nog weergegeven in het Latijn. Door deze internationale afspraak, kunnen wetenschappers uit verschillende landen met elkaar mondeling en schriftelijk communiceren.

Een belangrijk uitgangspunt bij de Latijnse naamgeving is, dat iedere soort getypeerd blijft door de naam waarmee de soort sedert het verschijnen van de 10de editie van de Systema naturae van Linnaeus het eerst is beschreven. Het is de gewoonte de naam van de eerste beschrijver tezamen met het jaartal van de eerste beschrijving achter de soortnaam te vermelden. Indien de geslachtsnaam echter afwijkt van de geslachtsnaam waaronder de eerste beschrijver de soort heeft gerekend, worden naam en jaartal tussen haakjes geplaatst.