Wat dacht je van wedstrijdvissen?



Langs het kanaal zit een lange rij sportvissers. Uiterst geconcentreerd houden ze hun dobber in de gaten. Het zijn wedstrijdvissers, voor het merendeel mannen, maar er zitten ook vrouwen tussen. Vissen is immers allang niet meer alleen voor kerels. Ook meiden staan hun mannetje. Ze houden de lange vaste hengel van 11 meter probleemloos met de onderarm op de knie gedrukt, terwijl de andere hand lokvoer met wat maden en muggenlarven tot een balletje kneedt. “Daarmee hou je de vis gretig”, krijgt een toekijker te horen. En of dat nog niet genoeg is, wordt de dobber regelmatig een stukje naar links, rechts of omhoog getrokken, zodat het aas even van de bodem komt. Wedstrijdvissen is duidelijk meer dan alleen maar wachten totdat de dobber onder gaat.



Even verderop vist iemand met een matchhengel. Met deze lange, slanke werphengel is de speciale werpdobber helemaal aan de overkant van het kanaal ingeworpen. “Verstandige keuze”, fluistert een kenner. Daar loopt immers niemand langs de waterkant en zijn er dus ook geen trillingen die de schuwe brasems verjagen. Iets verderop wordt een grote vis gehaakt. Het topelastiek vliegt zeker twee meter uit de vaste stok. Elastiek is onmisbaar als je met een 6/00 onderlijntje en haakje maat 20 vist. Groot zijn de opluchting en het applaus als even later een bronskleurige brasem van zeker 2 kilo in het schepnet glijdt. Wedstrijdvissen is zó kicken!

Meer weten? Download dan hier de brochure 'Wat dacht je van wedstrijdvissen?!' (pdf)

Divide