HSV Service

Visserslatijn van leugenbaron

3630
27 mrt 2008

Vissers mogen graag overdrijven over hun aantal gevangen vissen of de maten daarvan.

Ze praten dan in 'visserslatijn'. En daarbij worden de woorden vaak ondersteund door lichaamstaal. De armen gaan wijd uiteen als een visser wil aanduiden hoe groot zijn vangst was. En als er na een lange dag vissen wat alcohol wordt gedronken in het café gaan die armen nóg verder uit elkaar.

Een bekende sterke-verhalenverteller was Jan Hepkes Wouda, een huidenkoopman uit Surhuisterveen (1862-1936), ook wel de Friese Baron van Münchhausen genoemd. Hepkes was een verwoed visser op snoek, maar nam vaak een loopje met de waarheid. Zo zou hij een reusachtige snoek in een vaart bij zijn woonplaats hebben gevangen. De snoek was zó groot, dat hij alleen in een zwaaikom voor schepen kon keren en zo oud dat er mos op zijn kop groeide.

De leugenbaron zou deze snoek volgens de overlevering na vele vergeefse pogingen hebben gevangen. Jan Hepkes mocht er graag over vertellen op de 'leugenbank' in zijn dorp, waar in de jaren '80 van de vorige eeuw ook een beeld van hem werd onthuld.

Er zijn vele spreekwoorden en gezegden die direct hebben te maken met vis. Zoals bekende: 'achter het net vissen' (de waarheid niet kunnen achterhalen) en 'een visje uitgooien' (iets proberen te ontdekken) of 'boter bij de vis' (betaling bij levering), maar ook onbekende: 'snoeken op zolder zoeken' (vergeefse moeite doen) en 'wie 's nachts gaat vissen moet overdag zijn netten drogen' (wie te veel heeft gedronken is de volgende dag niets waard).

Bron: ad.nl

Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide