Vis & water

Weinig Deense schieraal langs waterkrachtcentrales

5108
27 apr 2012

Ook in Denemarken houdt men zich bezig met de uitvoering van de EU-Aalverordening en het uitvoeren van het nationale Aalbeheerplan. Als onderdeel hiervan is onderzoek uitgevoerd om de effecten van waterkrachtcentrales op de overleving van schieraal in kaart te brengen.

Het onderzoek werd uitgevoerd in de Gudenaa, een laaglandrivier met een lengte van 160 km en een gemiddelde afvoer van 32 m3/s-1. In de rivier zijn zeven wkc’s aangebracht. In het onderzoek is gekeken naar het gedrag, de passage en de overleving van schieraal in een riviertraject, nabij de meest stroomafwaarts gelegen wkc en het direct stroomopwaarts daarvan gelegen stuwmeer. De wkc is voorzien van schermen om te voorkomen dat vissen de turbines raken, vismigratievoorzieningen en een serie lampen om de vis naar deze voorzieningen te geleiden.

Zenders

Voor het onderzoek werden 45 schieralen voorzien van zenders, langs de route plaatsten de onderzoekers hydrofoons. De schieralen konden zo voor de periode 1 november – 25 maart worden gevolgd. Alle schieralen migreerden stroomafwaarts, direct of na verloop van een aantal dagen. Na “gestart” te zijn, zwommen de meeste alen (40) zonder oponthoud met een gemiddelde snelheid van 3,4 km/uur richting het stuwmeer. Daar werd het gedrag variabel. Een enkel dier trok onmiddellijk verder richting de “uitgang” (dus richting wkc en vispassages) , andere vertraagden, vertoonden zoekgedrag of trokken heen en weer tussen in- en uitstroomopening van het stuwmeer. Slechts 16 alen werden stroomafwaarts van de wkc gedetecteerd. Gemiddeld hadden zij 11 dagen nodig voor deze succesvolle passage. Het laatste traject, obstakelvrij, werd afgelegd in ruim 1 dag. Maar ook hier verdwenen onderweg alen uit de waarneming.

Verdwenen

Resumerend bereikte 23% van de schieraal (10 stuks) het estuarium, 77% bleek “verdwenen”. Dit wil niet zeggen dat deze schieren alle het slachtoffer zijn geworden van de wkc (vastraken op de schermen bij hogere afvoeren, sterfte). Maar dat het een groot obstakel bleek voor meer dan 50% kan eenvoudig worden geconcludeerd. De schieraal (14%) die na passage als nog het laatste detectiestation niet bereikte was mogelijk ernstig beschadigd. Gecombineerd met eerder aangetoonde sterfte in het estuarium (visserij, aalscholvers) concluderen de onderzoekers dat een geconstateerd verlies van meer dan 90% ver weg ligt van de doelstelling van de Aalverordening. Beschermende maatregelen zijn daarom noodzakelijk.

Bron: Pedersen et.al. (2012). Loss of European silver eel passing a hydropower station. J. Appl. Ichthyol. 28: 189-193

Lees ook:

Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide