Vis & water

Wist je dat: Lookalikes

2810
24 okt 2015

In Nederland komen vier soorten donderpadden voor. Alle vier hebben ze gemeen dat ze een brede, platte kop hebben die op de kop van een pad lijkt. De beek- en rivierdonderpad leven in zoet water. In dit artikel kijken we wat beter naar de twee in zee levende soorten: de gewone en de groene zeedonderpad.

Deze twee soorten donderpadden lijken ontzettend veel op elkaar. Grote kans dus dat sportvissers bij een groene zeedonderpad denken dat er ‘gewoon’ een zeedonderpad aan de haak hangt. Merkwaardig genoeg zijn ze op basis van kleur ook niet van elkaar te onderscheiden. Beide hebben een bruingevlekte tekening, waarbij de mannetjes in de paaitijd een sterke, roodbruine kleuring vertonen.

Zeeland

De groene zeedonderpad komt in ons land bijna uitsluitend in Zeeland voor. Daar bieden de dijken deze vis een overvloed aan ondiep water met een rotsige bodem. De gewone zeedonderpad leeft in wat dieper water en wordt ook langs de rest van de Nederlandse kust regelmatig door sportvissers gevangen. De groene zeedonderpad kan tot 20 cm lang worden. Vang je een grotere, dan is het een ‘gewone’ donderpad – die kan zo’n 30 cm lang worden. Ze vallen beide op door de stekels op hun grote vinnen en kieuwdeksels. Die zijn niet giftig, maar een steek kan wel pijnlijk zijn.

Huidflapjes

Qua uiterlijk zit het duidelijkste verschil hem in de huidflapjes. Bij de groene zeedonderpad zijn die aan de bovenkaak in de hoeken van de bek aanwezig (zie foto).

De gewone variant heeft deze uitsteeksels niet. Verder is de stekel op het kieuwdeksel bij de groene zeedonderpad langer dan de diameter van het oog, terwijl die bij de gewone zeedonderpad juist minder lang is. Daarnaast heeft de groene zeedonderpad stekeltjes op de zijlijn, waar die laatste bij zijn ‘gewone’ broertje glad is. In de veldgids ‘De Nederlandse zeevissen’ staan deze verschillen duidelijk afgebeeld.

Eitjes

Beide soorten donderpadden paaien in de wintermaanden, waarbij de eitjes inwendig worden bevrucht. Daarna worden deze in 'klompen’ op stenen of oesters afgezet en wekenlang door het mannetje bewaakt. Bij de eieren is er geen twijfel mogelijk van welke soort ze a omstig zijn. Zijn ze lichtgroen? Dan zijn ze van de groene zeedonderpad. De eitjes van de gewone zeedonderpad zijn daarentegen sprankelend rozerood van kleur. De larven van beide soorten leven vrijzwemmend en gaan bij een lengte van 13-15 mm naar de bodem.

Bron: Hét Visblad - nov 2015

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide