Cursus visherkenning: introductie

Welkom bij de Online Cursus Visherkenning van Sportvisserij Nederland. Op deze pagina vind je eigenlijk alles wat je moet weten om vissen te herkennen of te determineren. Met de 'trainer visherkenning' ook oefenvragen maken en kun je een proef-examen en eindexamen afleggen. Hiervoor dien je je eenmalig te registreren. Wanneer je voor het examen slaagt, krijg je een gouden medaille en ben je een ervaren visherkenner.

Vul voor het proefexamen je naam en e-mail adres in. Je ontvangt de uitslag automatisch per mail.

Visherkenning is kijken naar de juiste kenmerken

De meeste Nederlandse vissen zijn goed te herkennen en op naam te brengen (determineren) door goed te kijken naar de uiterlijke kenmerken van de vis. In de online zoetwatervissengids (en de online determinatiemodule) worden de belangrijkste kenmerken voor de herkenning zowel bij de foto als in de tekst met eenzelfde nummer aangeduid onder het kopje Herkenning.

Met behulp van de hieronder getekende ‘voorbeeldvis’ worden de plaats en de benaming van de meest gebruikte uiterlijke kenmerken nader toegelicht. Door te oefenen met de Trainer en het online proefexamen visherkenning leer je goed te kijken naar deze kenmerken. Ook leer je ze toe te passen bij het herkennen van vissen in de praktijk.


Voorbeeldvis

1. De bekdraden

Het bezit van bekdraden is een belangrijk kenmerk. Vooral het aantal bekdraden en de lengte ervan, helpen mee om een vissoort snel op naam te brengen. Tot de bekdraden worden gerekend alle aanhangsels naast, op en onder de bek.

2. De stand van de bek

Er zijn drie standen te onderscheiden:

  • bovenstandig: de bek wijst naar boven (A)
  • eindstandig: de bek wijst naar voren (B)
  • onderstandig: de bek wijst naar beneden (C).
  • 3. Het aantal schubben op de zijlijn

    De schubben op de zijlijn zijn van de andere schubben te onderscheiden, doordat het lijkt alsof er een klein, horizontaal streepje op staat. Om het aantal schubben op de zijlijn te bepalen, moeten alle schubben van de kop tot aan de staartvin worden geteld. Soms wordt ook het aantal schubben boven de zijlijn als kenmerk gebruikt.

    4. Aantal, vorm en plaats van de rugvin(nen)

    Een aantal vissoorten heeft twee rugvinnen, die al dan niet aaneengegroeid zijn. Bij deze soorten voelt de voorste rugvin vaak stekelig aan. Bij enkele soorten is de achterste rugvin zeer lang. Ook de vorm van een rugvin is vaak een belangrijk kenmerk: deze is dan bolrond of hol.

    5. De vetvin

    Tussen de rug- en staartvin komt bij een aantal vissoorten een kleine vin zonder vinstralen voor: de vetvin.

    6. Vorm en plaats van de anaalvin

    Van een aantal vissoorten is de anaalvin hol ingesneden. Bij enkele andere soorten is de anaalvin juist bolrond van vorm. Sommige soorten bezitten een zeer lange anaalvin.

    Staartvin

    De vorm van de staartvin verschilt per vissoort en kan gevorkt, recht of bol zijn.

    Buikvinnen

    De plaats van inplant van de buikvinnen ten opzichte van die van de rugvinnen is een handig kenmerk om sommige soorten van elkaar te onderscheiden.

    Borstvinnen

    Hoewel de stand, grootte en vorm van de borstvinnen zeer kenmerkend kunnen zijn voor een bepaalde vissoort, worden ze in deze veldgids niet als determinatiekenmerk gebruikt.

    Divide