beroepsvistuigen

Alle wettelijk toegestane vistuigen zijn opgesomd in art. 2 van het "Reglement voor de binnenvisserij 1985". Beroepsvistuigen zijn alle andere vistuigen dan de hengel en de peur. De definities van de vistuigen staan in art. 1 van het "Reglement voor de binnenvisserij 1985".

Kruisnet


Het kruisnet is geen hengel of peur en is dus ook een beroepsvistuig waarvoor de hierna genoemde voorwaarden gelden.

Schriftelijke toestemming

Iemand die met beroepsvistuigen wil vissen en die niet zelf de visrechthebbende is moet uiteraard de schriftelijke toestemming hebben van de visrechthebbende. Omdat de toestemming betrekking heeft op het vissen met beroepsvistuigen moet de toestemming vooraf worden goedgekeurd door de Kamer voor de Binnenvisserij (art. 22, lid 1 Visserijwet 1963).

Akte (oude situatie)

Tot 1 januari 2013 moest iemand die met beroepsvistuigen wilde vissen naast de schriftelijke toestemming van de visrechthebbende, ook beschikken over een publiekrechtelijke akte van het Ministerie van Economische Zaken. Dit stond in artikel 10 van de Visserijwet 1963. Per 1 januari 2013 is de akte afgeschaft en artikel 10 van de Visserijwet 1963 komen te vervallen.

Verklaring Minister van Economische Zaken

Naast toestemming van de visrechthebbende moet iemand die met beroepsvistuigen wil vissen, als visrechthebbende of als toestemminghouder beschikken over minimaal 250 hectare viswater én met die visserij op dit water minimaal 8.500,= euro bruto per jaar verdienen. Dit is bepaald in artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 in combinatie met artikel 55 van de Uitvoeringsregeling visserij.

De visser die vindt dat hij aan deze voorwaarden voldoet en met beroepsvistuigen wil vissen, moet zich melden bij de Staatssecretaris van Economische Zaken en daarbij een zogenoemd "assurance-rapport" overleggen van een register-accountant of een accountant-administratieconsulent waaruit blijkt dat hij aan de voorwaarden voldoet. Bij akkoordbevinding ontvangt betrokkene een brief van de Staatssecretaris waarin staat dat hij bevoegd is om met beroepsvistuigen te vissen. Met die brief kan betrokkene aan opsporingsambtenaren aantonen dat hij bevoegd is om met beroepsvistuigen te vissen.

Vis- en bezitsverbod in verband met dioxines

In verband met dioxines en andere gifstoffen in paling en wolhandkrab is het sinds 1 april 2011 wettelijk verboden om in een groot aantal binnenwateren te vissen met de hierna genoemde vistuigen:

- aaldogger;
- aalfuik;
- aalhoekwant;
- aalkistje;
- aalzegen;
- ankerkuil;
- electrovisapparaat
;
- peur;
-
visfuik;
- de kreeftenkorf.

De wateren waar het om gaat zijn opgenomen in bijlage 16 van de Uitvoeringsregeling visserij. Het gaat om de volgende wateren:

- de Afgedamde Maas;
- de Amer;
- de Beneden-Merwede;
- het Bijlands kanaal;
- de Bergsche Maas;
- de Boven-Merwede;
- de Boven-Rijn stroomafwaarts vanaf de grensovergang bij Spijk;
- de Dordtsche Kil;
- het Haringvliet;
- het Hartelkanaal;
- het Heusdensch Kanaal;
- het Hollandsch Diep;
- de Hollandsche IJssel stroomafwaarts vanaf de Veerlaan te Haastrecht;
- het IJ;
- de IJssel;
- het Julianakanaal;
- het Ketelmeer met uitzondering van het Ramsdiep, met als scheiding met het Vossemeer een lijn haaks op het einde van de zuidelijke dam van het Keteldiep ter hoogte van de provinciale grens, met als oostelijke grens de Ramspolbrug en met als westelijke grens de Ketelbrug (rijksweg A6);
- het Krammer Volkerak voor zover gelegen ten oosten van de Grevelingendam en de Philipsdam en tot aan de ingang van het - Schelde- Rijnkanaal;
- het Lateraalkanaal Linne-Buggenum;
- de Lek;
- de Maas stroomafwaarts vanaf de grensovergang bij Eijsden en met uitzondering van de Boschmolenplas;
- het Maas-Waalkanaal;
- de Nederrijn;
- de Nieuwe Maas;
- de Nieuwe Merwede;
- de Noord;
- het Noordzeekanaal inclusief de zijkanalen A tot en met H;
- de Oude Maas;
- het Pannerdensch Kanaal;
- de Roer;
- het Spui;
- de Waal;
- het Wantij.

Het verbod om in deze wateren met de genoemde vistuigen te vissen geldt voor het gehele gebied binnen de winterdijken van deze wateren en voor alle havens, plassen, killen, gaten, putten, strangen, kreken, kanalen, beken en rivierarmen die in directe open verbinding staan met die wateren, tot aan de eerste waterkering gerekend vanaf die wateren.

Dit visverbod staat in artikel 28b van de "Uitvoeringsregeling visserij". Artikel 28b van de "Uitvoeringsregeling visserij" is gebaseerd op artikel 5.10 van de Wet dieren. Overtreding van verboden die zijn gebaseerd op artikel 5.10 van de Wet dieren zijn een economisch delict op grond van art. 1 onder 40 van de Wet op de economische delicten (WED).

Het is ook verboden om op of in de onmiddellijke nabijheid van deze wateren aal en wolhandkrab in bezit te hebben. Dit staat in  art. 28b, lid 3 Uitvoeringsregeling visserij. Overtreding van verboden die zijn gebaseerd op artikel 5.10 van de Wet dieren zijn een economisch delict op grond van art. 1 onder 40 van de Wet op de economische delicten (WED).

Een beroepsvisser die bij Woudrichem vist, vocht het verbod om met de visfuik te vissen aan omdat dit verbod inbreuk zou maken op zijn eigendomsrecht. De Rechtbank Breda was het hier niet mee eens en oordeelde dat de minister goede redenen had voor het verbod en er bovendien een alternatief is voor het vangen van schubvis in de vorm van de zegen; zie op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2927.

Gesloten tijd aalvistuigen

Om volwassen paling de kans te geven naar zee te trekken om zich voort te planten, geldt er van 1 september tot en met 30 november een wettelijke gesloten tijd voor het gebruik van aalvistuigen (art. 32a van de Uitvoeringsregeling visserij). Het is in deze periode in alle wateren (zee-, kust en binnenwater) verboden om te vissen met beroeps-aalvistuigen en de peur. Kijk hier voor meer informatie over de gesloten tijd voor vistuigen.

Minimum maaswijdtes

Voor een aantal vistuigen geldt een minimum maaswijdte op grond van art. 4 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985. Voor de aalzegen en het kruisnet is de minimum maaswijdte 20 milimeter. Voor de ankerkuil geldt een minimummaaswijdte van 25 milimeter en voor het staand net (staand want) geldt een minimum maaswijdte van 101 milimeter. Voor de aalfuik geldt een minimum maaswijdte van 20 milimeter. Een kleinere maaswijdte is voor de aalfuik toegestaan als in de fuik ronde ringetjes zijn aangebracht van minimaal 13 milimeter (art. 4, lid 2 Reglement voor de binnenvisserij 1985).

Voldoet een vistuig niet aan de vereisten dan is sprake van een verboden vistuig.

Gesloten tijden in verband met de paai

Van 1 april tot en met 31 mei is het volgens het eerste lid van art. 6 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 verboden om te vissen met:

- de visfuik;
- de ankerkuil;
- de zegen;
- het staand net (staand want).

Het verbod geldt op grond van het tweede lid van art. 6 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 niet voor het vissen in de wateren van Walcheren, Schouwen-Duiveland, Tholen en Noord-Beveland, in het kanaal van Zuid-Beveland, in de Haven van Goes, in het Veerse Meer en het Grevelingenmeer en in de met die meren in open gemeenschap staande inhammen, kreken, spranken, killen en gaten.

Verbod zegenvisserij havens IJsselmeer

Vanwege de slechte visstand op het IJsselmeer is het verboden om in de havens van het IJsselmeer te vissen met een zegen (art. 31a Uitvoeringsregeling visserij).



Divide