Bevoegdheden controleurs en opsporingsambtenaren

Controleurs zijn vrijwilligers van een hengelsportvereniging of federatie die door de vereniging of federatie zijn aangesteld om sportvissers te controleren. Een verenigingscontroleur heeft geen opsporingsbevoegdheid en mag daarom niet bekeuren. Opsporingsambtenaren zoals de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) hebben wel de bevoegdheid om te bekeuren.

Bevoegdheden controleurs

De bevoegdheden van verenigingscontroleurs zijn enerzijds gebaseerd op het verenigingsrecht (statuten) en anderzijds op de voorwaarden van de toestemming (vergunning) van de sportvisser.

Verenigingsrecht

Een sportvisser die lid is van een hengelsportvereniging is als lid van die vereniging gebonden aan de statuten en het huishoudelijk reglement van zijn vereniging. In de statuten en/of het huishoudelijk reglement van een hengelsportvereniging zal zijn opgenomen dat de sportvisser verplicht is om mee te werken aan controles door hengelsportcontroleurs. Voor leden van een hengelsportvereniging geldt dus dat zij op grond van het verenigingsrecht c.q. de statuten verplicht zijn om mee te werken aan controles door controleurs, inclusief de controle van de documenten.

Voorwaarden van de toestemming (vergunning)

In de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren is (op pagina 3) de verplichting voor de sportvissser opgenomen om de VISpas en de bijbehorende lijst(en) van viswateren ter inzage af te geven aan controleurs, politieambtenaren en andere opsporingsambtenaren. Deze verplichting zal ook vaak zijn opgenomen in de toestemming (vergunning) voor wateren die niet zijn opgenomen in de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren. Naast de verplichting op basis van de statuten of het huishoudelijk reglement is het ter inzage afgeven van documenten dus vaak ook een voorwaarde van de toestemming zelf.

Bevoegdheden

Controleurs van een hengelsportvereniging of -federatie zijn vrijwilligers die namens een hengelsportvereniging of namens een hengelsportfederatie controleren. Het gebied waar een verenigingscontroleur mag controleren is dan ook beperkt tot het eigen verenigingswater en het gebied waar een federatiecontroleur mag controleren is beperkt tot de wateren waar de federatie visrechten heeft, tenzij in overleg met andere visrechthebbenden is afgesproken dat de controleur ook op het water van die andere visrechthebbenden mag controleren. 

De controleurs zijn "gewoon" burger dus zij hebben geen opsporingsbevoegdheid. Wel mogen zij iemand vragen stellen en de gegevens van de sportvisser noteren. Daarnaast mogen zij bij het constateren van een overtreding als vertegenwoordiger van de vereniging of federatie de visdocumenten innemen. De VISpas (bewijs van lidmaatschap van de uitgevende vereniging) en de lijst(en) van wateren blijven namelijk eigendom van de vereniging die deze documenten heeft uitgereikt. Dit is ook vermeld (pagina 4) in de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren.

Neemt een controleur documenten in omdat de sportvisser de regels overtreedt, dan moet de controleur de ingenomen documenten direct afgeven of opsturen aan het bestuur van de hengelsportvereniging waarvan de visser lid is. De controleur moet hierbij de reden aangeven waarom de documenten zijn ingenomen. Het bestuur van de vereniging waarvan de visser lid is, besluit daarna of er een sanctie wordt getroffen tegen dit lid en of deze zijn vispapieren terugkrijgt of niet.

Tip voor controleurs

Als het vermoeden bestaat dat een sportvisser zich niet aan de regels houdt, vraag dan eerst naar de documenten en houdt deze vast totdat u weet of uw vermoeden juist is. Een sportvisser zal zijn documenten immers moeilijker afgeven als hij weet dat ze worden ingenomen.

Als u van iedere sportvisser die u controleert gelijk de persoonsgegevens opschrijft en de naam van de vereniging, is zijn identiteit bekend en zijn de adresgegevens later te achterhalen. Op deze manier kan een sportvisser die lid is van een (aangesloten) vereniging altijd later ter verantwoording worden geroepen door zijn bestuur, ook als de documenten niet zijn ingenomen. Door van iedere gecontroleerde visser de gegevens bij te houden blijkt ook of iemand zich al eerder aan bepaald gedrag schuldig heeft gemaakt en blijkt bijvoorbeeld ook of iemand vaker dezelfde smoes gebruikt.

-> Meer informatie over de 'Cursus Controle Sportvisserij' van Sportvisserij Nederland

Bevoegdheden opsporingsambtenaren

Naast de politie als "gewone" opsporingsambtenaren zijn er ook nog zogenoemde buitengewoon opsporingsambtenaren, vaak kortweg “boa” genoemd die in dienst kunnen zijn bij de politie dan wel een overheids- of particuliere organisatie zoals Natuurmonumenten.

Ook hengelsportfederaties en sommige hengelsportverenigingen hebben één of meer boa's in dienst. Een boa heeft op basis van art. 142 van het Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid om strafbare feiten op te sporen en alle andere bevoegdheden die zij als opsporingsambtenaar wettelijk hebben (waaronder de bevoegdheid te bekeuren).

Bevoegdheden

Voordat een opsporingsambtenaar gebruik mag maken van opsporingsbevoegdheden moet normaal gesproken eerst sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Dit vermoeden van schuld aan een strafbaar feit moet uit feiten of omstandigheden voortvloeien (artikel 27 Wetboek van strafvordering). Op grond van het straf(proces)recht zou een opsporingsambtenaar iemand - zonder nadere regeling - dus niet naar zijn visdocumenten mogen vragen als er geen redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit is. Dit is onwenselijk want je kan aan een visser immers niet zien of hij wel of niet de juiste documenten heeft en of hij zich aan de wettelijke regels en voorwaarden van de toestemming (vergunning) houdt.

De Visserijwet 1963 kent opsporingsambtenaren daarom uitdrukkelijk een aantal belangrijke bevoegdheden toe met betrekking tot vissers (sport- én beroepsvissers) welke bevoegdheden altijd mogen worden toegepast, ook zonder enig vermoeden van schuld. Art. 55 van de Visserijwet 1963 bepaalt namelijk dat een visser verplicht is om op eerste vordering van een opsporingsambtenaar:

  • de ambtenaar in de gelegenheid te stellen zijn vaartuig te betreden;
  • alle benodigde documenten (bijvoorbeeld de huurovereenkomst, akte of toestemming) ter inzage af te geven;
  • uitstaand vistuig te lichten*;
  • gesloten viskaren te openen*;
  • anderszins de medewerking te verlenen die de opsporingsambtenaar nodig heeft.

Overtreding van deze verplichtingen is strafbaar gesteld in het tweede lid van artikel 55. Alleen voor het niet op eerste vordering ter inzage afgeven van de benodigde documenten is er een feitcode. Deze feitcode verschilt (H 647 a, b of c) afhankelijk van het  document dat niet kan worden getoond.

* Een opsporingsambtenaar mag ook zelf vistuig lichten en viskaren openen.

Art. 60 van de Visserijwet 1963 bepaalt dat politiebeambten toegang hebben tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Let op: het binnentreden van een woning (N.B. een kajuit of tent kan tijdelijk als woning dienen!) mag alleen met een schriftelijke last van of in tegenwoordigheid van een (hulp)officier van justitie. Buitengewoon opsporingsambtenaren hebben ook toegang tot elke plaats voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Die bevoegdheid is voor boa's niet vastgelegd in de Visserijwet 1963 maar vloeit voor hun voort uit artikel 20 van de Wet op de economische delicten. Om van deze bevoegdheid gebruik te maken moet er dus sprake zijn van een "aanwijzing".

Art. 61 van de Visserijwet 1963 geeft alle opsporingsambtenaren de bevoegdheid voor de uitvoering van hun taak vervoermiddelen te laten stoppen, deze te onderzoeken en medewerking hierbij te vorderen van de bestuurder. Overtredingen van deze verplichtingen is strafbaar gesteld in het derde lid van artikel 61.

Art. 62 zegt dat in beslagname ook buiten heterdaad mogelijk is.

Niet innemen, wel in beslag nemen

De opsporingsbevoegdheid van de politie of een boa geeft hen niet de bevoegdheid om de visdocumenten in te nemen. Opsporingsambtenaren maken immers geen deel uit van de vereniging of federatie en mogen daarom de VISpas niet innemen op basis van het eigendomsrecht van de vereniging. N.B. Controleurs mogen wel de visdocumenten innemen; zie hierboven.

Een politieambtenaar of een boa heeft wel de bevoegdheid om spullen die in relatie staan tot een strafbaar feit in beslag te nemen. Het kan gaan om de visdocumenten, gevangen vis, hengels etc. Inbeslagname is een formele bevoegdheid die is geregeld in het strafrecht. De opsporingsambtenaar moet van een inbeslagname een proces verbaal opmaken waarna de Officier van Justitie beslist of het in beslag genomen voorwerp moet worden teruggeven of niet. Om deze rompslomp te voorkomen en betrokkene een bekeuring te besparen vraagt een opsporingsambtenaar vaak eerst of iemand vrijwillig afstand wil doen van de spullen die hij in beslag wil nemen. Zo niet dan volgt alsnog inbeslagname en een bekeuring.

Besluit de Officier van Justitie dat de in beslag genomen spullen teruggegeven moeten worden dan moeten deze terug worden gegeven aan de eigenaar. De VISpas en de bijbehorende lijst(en) van viswateren blijven eigendom van de hengelsportvereniging die deze documenten heeft verstrekt. De VISpas en bijbehorende lijst(en) van viswateren moeten bij een besluit tot teruggave dus naar de hengelsportvereniging waarvan betrokkene lid is worden gestuurd en niet aan de sportvisser. De hengelsportvereniging die een VISpas terugkrijgt via de politie doet er verstandig aan de VISpas niet zomaar terug te geven aan de sportvisser, maar deze ter verantwoording te roepen en hem te vragen waarom zijn VIS in beslag was genomen. De politie mag namelijk niet zomaar informatie geven over de reden van inbeslagname in verband met de privacy.

Toezichthouders

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent een aparte afdeling (titel 5.2) die gaat over toezicht. Toezicht wordt uitgevoerd door toezichthouders. Toezichthouders zijn functionarissen die op grond van een wettelijk voorschrift als toezichthouder zijn aangewezen. Aan de bevoegdheden van een bepaalde toezichthouder ligt dus altijd een formele wet ten grondslag.

Toezichthouders hebben ingrijpende bevoegdheden die zijn benoemd in de artikelen 5:15 van de Awb en volgende. Zo is een toezichthouder op grond van artikel 5:16 Awb bijvoorbeeld bevoegd inlichtingen te vorderen en op grond van artikel 5:17 Awb bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. Op grond van artikel 5:20 Awb is een ieder verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen.

Een toezichthouder heeft dus vergaande bevoegdheden en iedere burger is verplicht zijn medewerking te verlenen, zonder dat van enige verdenking van een strafbaar feit sprake hoeft te zijn. Het toezicht staat immers volledig los van het straf(proces)recht.

Voor het toezicht op de naleving van de Visserijwet 1963 en de op deze wet gebaseerde regelingen en besluiten zijn aangewezen: de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane. Deze aanwijzing is gebeurd in het "Besluit aanwijzing toezichthouders Visserijwet 1963".

Divide