Minimummaten zeevissen in kust- en zeewater

Op grond van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 gelden er voor de volgende soorten de volgende minimum maten:

  • paling (aal) 28 cm
  • bot 20 cm

Let op: elke paling die wordt gevangen bij het vissen met de hengel of peur in het kustwater of in zee moet direct levend worden teruggezet. Ook is het verboden om paling in bezit te hebben bij het vissen met de hengel of peur in het kustwater of in zee (art. 23a Uitvoeringsregeling visserij). Overtreding van dit verbod is een economisch delict. De minimummaat is dus niet van van belang voor sportvissers maar wel voor vissers die met beroepsvistuigen mogen vissen.

Op grond van Europese wetgeving gelden voor de hierna genoemde vissoorten de volgende minimummaten:

Het gaat hier om dwingende internationale regels die zich richten tot alle inwoners binnen de Europese Gemeenschap. Om werking te krijgen moeten deze regels nog wel worden "doorvertaald" in nationale wettelijke regels. Dit is gebeurd door in artikel 6 van de “Regeling technische maatregelen 2000” een verbod op te nemen om ondermaatse mariene organismen zoals bedoeld in EG Verordening 850/98 voorhanden te hebben.

De “Regeling technische maatregelen 2000” is gebaseerd op artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van het “Reglement zee- en kustvisserij 1977”. Het “Reglement zee- en kustvisserij 1977” is weer gebaseerd op de (artikelen 2, 3a, 4 en 9 van de) Visserijwet 1963.

Economisch delict

Volgens artikel 1, sub 4 van de Wet op de economische delicten is overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3a en 4 van de Visserijwet 1963 een economisch delict. Het voorhanden hebben van de hier boven genoemde vissoorten die nog niet de minimummaat hebben bereikt, is dus een economisch delict. De feitcode is H 666.

Bag limit zeebaars en kabeljauw

Van 1 januari tot 1 juli 2017 geldt er bij het vissen in zee, de kustwateren en in de zeegebieden dat een sportvisser geen zeebaars in bezit mag hebben; de zogenoemde "bag limit" is dus 0. Vanaf 1 juli 2017 mag een sportvisser maximaal 1 zeebaars in bezit hebben. Uiteraard moet die zeebaars groter zijn dan de minimummaat van 42 cm. Voor kabeljauw geldt dat u van deze soort maximaal 25 vissen dan wel maximaal 20 kg. in bezit mag hebben. Het is verboden zeebaars of kabeljauw te fileren en te ontdoen van de kop omdat anders niet meer kan worden vastgesteld hoe groot de vissen waren. De verboden gelden ook voor de binnenwateren die rechtstreeks in verbinding staan met de zee, kustwateren of zeegebieden tot maximaal 30 kilometer landinwaarts. 

Het verbod op het in bezit hebben van te veel zeebaars is voor het vissen in zee (inclusief de gebieden die zijn aangewezen als zeegebied in IJmuiden en Scheveningen) opgenomen in artikel 120, lid 1 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in combinatie met artikel 10, lid 4 van de "verordening vangstmogelijkheden". 

Het verbod op het in bezit hebben van te veel zeebaars is voor het vissen in het binnenwater opgenomen in artikel 120, lid 1 en 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in combinatie met artikel 10, lid 4 van de `verordening vangstmogelijkheden`.

Het in bezit hebben van zeebaars die kleiner is dan 42 cm. is strafbaar gesteld in artikel 2a van de Visserijwet 1963 in combinatie met artikel 120, lid 6 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij. De feitcode is H666.



Divide