Kolblei

Kolblei

Karpers

Blicca bjoerkna, (Linnaeus, 1758)*

Lengte afgebeelde vis: 16 cm
Lengte tot circa: 45 cm
V

Toelichting

Herkenning: 1. Wordt vaak verward met kleine exemplaren van de brasem. Aantal rijen schubben boven de zijlijn, geteld volgens de schuin naar de rugvin gerichte pijl, bedraagt 8-10 (de schub op de zijlijn niet meegeteld). 2. De oogdiameter is groter dan de afstand van het oog tot de punt van de bek. 3. Op de zijlijn liggen 44 - 48 schubben.
Verspreiding: De kolblei is een algemene vissoort van stilstaand en langzaam stromend, zoet en brak water.
Leefwijze: De kolblei verblijft bij voorkeur in scholen in of nabij de met waterplanten begroeide oeverzone. De paai vindt plaats in de periode mei tot juli. De kolblei paait in scholen in ondiepe en plantenrijke oeverzones, waar de eitjes uitsluitend aan water- of oeverplanten worden afgezet.
Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, wormpjes, kleine kreeftachtigen en dierlijk plankton.

Naamgeving: White bream Güster Brême bordelière

Een "V" betekent dat de vissoort in de Visserijwet is opgenomen.


Meer informatie

* Naam van de eerste auteur die de vissoort een wetenschappelijke naam gaf, en het jaar waarin dat gebeurde. Is de eerste wetenschappelijke naam nadien gewijzigd, dan staan de auteursnaam en het jaartal tussen haakjes.

Divide