Wist je dat: zoute 'kikkervis'

732
25 dec 2017

In het ondiepe water langs de Zeeuwse dijken kun je ’s winters de slakdolf (Liparis liparis) aantreffen. Deze donkergekleurde ‘kikkervis’ paait in de wintermaanden op rotsbodems langs de kust.

De slakdolf is een typische verschijning. Hij heeft een stompe kop, kleine oogjes, buisvormige neusgaten, lange rug- en anaalvin en een schubloze, gladde en slijmerige huid. Met een beetje fantasie lijkt deze vis qua vorm wel wat op een donkergekleurd kikkervisje. De borstvinnen zijn vrij groot en afgerond, terwijl de buikvinnen zijn vergroeid tot een zuigschijf – de slakdolf wordt ook wel ‘kringbuik’ genoemd – waarmee hij zich vasthecht aan hard substraat zoals stenen of mosselbanken. Ze nemen vaak een kenmerkende houding aan waarbij de staart omgeslagen langs het lichaam wordt gehouden.

Goed gecamoufleerd

Je moet wel goed je best doen om de slakdolf te spotten, want dit visje wordt maar maximaal 18 centimeter lang (vaak zijn ze echter kleiner). Daarbij is hij geelbruin of grijsgroen van kleur, met een kenmerkend streeppatroon van schuine, bruingrijze strepen. Echt opvallen doen ze dus niet. Jongere exemplaren zijn nog beter gecamoufleerd en vaker egaal bruin of zwart gekleurd. De meeste kans om een slakdolf te zien is tijdens hun voortplantingsseizoen in de koude maanden. Dan zijn ze het opvallendst getekend – de mannetjes worden in de paaitijd meestal oranjerood van kleur, zie foto rechtsonder – en op hun grootst. 

Paaien en sterven

In de winterperiode kun je ze aantreffen op rotsige bodems zoals die bijvoorbeeld onderaan de Zeeuwse dijken te vinden zijn. De slakdolf paait in dit ondiepe water, waarbij de tot 1,5 millimeter grote eieren vaak in kluiten op geweisponzen worden afgezet (zoals op de foto boven te zien is), maar soms worden de eieren ook op de bodem gelegd. Daarna blijven de ouderdieren slechts zeer kort in de buurt van de eitjes. Van echte broedzorg is bij deze soort geen sprake aangezien aangezien de slakdolf vrij snel na de paring sterft. Deze vis wordt in de regel dan ook slechts één tot maximaal twee jaar oud. 

Naar dieper water

Na zes tot acht weken komen de eieren uit, waarna de larven enige tijd in het plankton verblijven. Vervolgens migreren de jonge slakdolven naar verder uit de kust gelegen gebieden met diep water (tot honderd meter). Daar groeien ze ’s zomers op waarbij ze zich voeden met garnalen, vlokreeften, borstelwormen en kleine visjes zoals grondels. Datzelfde of het volgende jaar trekken de slakdolven weer richting de kust voor het paaiproces. De slakdolf komt algemeen voor langs de Nederlandse kust en is in de Zeeuwse wateren en in geulen in de Waddenzee plaatselijk talrijk.



Divide