Wintergedrag brasems onderzocht

3493
02 aug 2018

Het is algemeen bekend dat de watertemperatuur een belangrijke factor is bij de activiteit van vissen. Bij lage watertemperaturen neemt de activiteit af en bij veel soorten is sprake van een ‘winterrust’, waarbij de vissen winterconcentraties vormen. Met nieuwe onderzoekstechnieken wordt echter steeds vaker aangetoond, dat er toch niet echt sprake lijkt te zijn van absolute rust.

Onlangs hebben Tsjechische onderzoekers bijvoorbeeld het gedrag van brasem in de winter in een meer ( 44 hectare, diepte max. 8 m, met een instromend riviertje) beter in kaart gebracht. Acht brasems met een lengte van 25-30 cm werden uitgerust met een zender en vanaf 1 december gevolgd. Zelfs onder een stevige ijsvloer bleek het signaal van de zenders nog krachtig te ontvangen. Alle waarnemingen werden in kaart gezet en daarna geanalyseerd. Als maat voor de activiteit gebruikten de onderzoekers de afstand tussen twee achtereenvolgende punten (waarnemingen): hoe groter de afstand, hoe actiever de vis.

Tot 270 meter

De brasems werden waargenomen in 34% van het meer. Gemiddeld legden de vissen in de nacht kortere afstanden af dan overdag. Maar de variatie tussen de brasems was zeer groot: de kleinste verplaatsing bedroeg vier meter, de langste meer dan 270 meter. De vissen verbleven in het algemeen niet in concentraties bij elkaar (in 85% van de waarnemingen meer dan 50 meter onderlinge afstand). En de afstand tussen de vissen was ’s nachts groter dan overdag.

Door per vis alle waarnemingspunten met elkaar te verbinden, stelden de onderzoekers een soort reisverslag voor elke vis samen. Hieruit bleek dat de brasems een zekere plaatstrouw vertoonden, met een gemiddeld winterverblijf van 7,4 hectare per vis, met een variatie van 2,8- 13,9 hectare. De ene brasem is dus duidelijk honkvaster dan de andere. De brasems bleken bovendien een duidelijke voorkeur te hebben voor een verblijf in het midden van het meer, bij een waterdiepte van 3-5 m. Ondieper en dieper water waren veel minder in trek.


Foto: Janny Bosman


De resultaten wijzen niet bepaald op gedrag waarbij de brasem in de winter grote, statische scholen vormt. Wel lijken er tussen de brasems grote, onderlinge verschillen te bestaan in gedrag. Zelfs bij zeer lage temperaturen (ijsbedekking circa 20 cm) bleven een aantal vissen actief. De vissen lijken overdag actiever, maar wel binnen een kleiner gebied dan in de nacht.

De onderzoekers vermoeden dat de brasems de zones met zeer koud water onder het ijs en met minder zuurstof in de diepste delen mijden. Migratie naar de instromende rivier werd niet waargenomen. Het gedrag van de brasems lijkt vooral samen te hangen met actief fourageren, in het bijzonder met het zoeken naar muggelarven en ander bodemvoedsel.

Beeld bijstellen

Hoewel het aantal gezenderde vissen niet groot was, wijzen de resultaten er wel op dat het bestaande beeld van grote, inactieve brasemscholen in de winter mogelijk de nodige bijstelling behoeft. De specifieke kenmerken van het onderzochte meer kunnen van invloed zijn op het waargenomen gedrag. In andere meren, met andere eigenschappen, is het niet denkbeeldig dat de brasem een ander wintergedrag vertoont. Vergelijkbaar onderzoek in andere wateren kan daarover meer aan het licht brengen.

Bron: Jurajda, P. et al. (2018). Winter activity of common bream (Abramis brama L.) in a European reservoir (Fish Manag Ecol. 25: 163-171).
Gerelateerde berichten
Er zijn geen gerelateerde berichten.
Divide