Hotspots: Julianakanaal

1702
20 mei 2021

Het 36 kilometer lange Julianakanaal begint ten noorden van Maastricht als aftakking van de Maas en stroomt bij Maasbracht weer terug de rivier in. Met name dankzij de knappe voorns die je hier kunt vangen is het al jaren een erkend wedstrijdwater. Ook de recreatieve sportvisser kan er prima terecht, temeer omdat het water in zijn geheel in de VISpas staat.

at veel wedstrijdvissers het Juliakanaal als het moeilijkste water van Nederland beschouwen, komt vooral door de stevige stroming die er staat. De stromingsrichting en het waterpeil veranderen vaak meermaals per dag – soms tot wel 30 centimeter – als gevolg van de diverse sluizen in het kanaal. Zo heeft de sluis bij Maasbracht het hoogste verval van alle sluizen in Nederland. Het talud in het kanaal loopt af naar een diepte van zo’n 4,5 meter op negen meter uit de kant.

Bakken van voorns


Het Juliakanaal staat vooral bekend om zijn bakken van voorns – exemplaren van meer dan een kilo zijn niet uitzonderlijk – terwijl brasem de laatste jaren minder vaak wordt gevangen. Een bewezen ‘wapen’ is een vaste stok van minimaal negen meter waarmee je achter het talud vist. Breng om te beginnen tien grote ballen voer, dat voor de helft is verzwaard met leem of duivenmest zodat het direct naar de bodem zinkt. Casters doen het goed als haakaas. Kies voor een 12/00 hoofdlijn, een onderlijn van 09/00 en een haakmaat 16 of 18. De dikbuikige dobber moet 1,5 tot 5 gram kunnen dragen en het aas moet op de bodem liggen. Feedervissen kan ook uitstekend, maar vereist zware korven. Op een werpafstand van 25 à 30 meter zit je meestal goed.

Karper en baars


Voor karpervissers is het Julianakanaal een uitdagend water. Dankzij uitzettingen van Sportvisserij Limburg in 2014 zwemt er nu de nodige spiegelkarper. Het gemiddelde gewicht is 10 tot 15 kilo met – volgens geruchten – uitschieters van meer dan 40 pond. De vissen verplaatsen zich veel en houden zich grotendeels op in de havens, waar je helaas zelden bij kunt komen. Wil je het toch eens op karper proberen? Ga dan in het voorjaar en kies je stek in de buurt van sluizen en obstakels. Statisch vissen werkt doorgaans het best. Roofvissers zijn aan het Julianakanaal op het kantvissen aangewezen, omdat er geen trailerhellingen zijn en de sluizen geen visbootjes doorlaten. Vissend in de oeverzones met een spinstok of dropshot in combinatie met klein kunstaas kun je met name baars verwachten – vaak in grote scholen en veelal in lengtes van 30 tot 35 centimeter. In de zomermaanden gaan grote roofbleien soms helemaal los aan het wateroppervlak.
Labels

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide