Bijvangst: Kleine onbekende

443
18 jun 2021

Het vetje komt in ons land algemeen voor, maar toch kennen de meeste sportvissers deze vissoort niet. De bescheiden lengte en het uniforme uiterlijk van Leucaspius delineatus zijn de belangrijkste oorzaken dat dit visje vaak niet wordt opgemerkt.

Fotografie: Jelger Herder Tekst: Pieter Beelen

De haak van de meeste sportvissers is doorgaans al te groot voor het vetje. Met een maximumlengte van zo’n 9 centimeter is immers een hele kleine haak vereist om dit visje te kunnen vangen. Mocht dit lukken, dan wordt hij bovendien vaak niet herkend. Het vetje heeft geen uitgesproken uiterlijk en lijkt op het eerste gezicht veel op een jonge rietvoorn, roofblei, alver of een andere karperachtige. Het
voorkomen van deze soort wordt daardoor onderschat: hij is eerder algemeen dan zeldzaam. Een belangrijk kenmerk van het vetje is dat de zijlijn onvolledig is en slechts tot net achter de borstvinnen reikt – bij de meeste vissoorten loopt deze door tot aan de staart.
 

Pioniersoort


Het vetje is vaak een van de eerste bewoners van een nieuw gegraven water. Deze pioniersoort koloniseert een water snel en in groten getale. Vetjes worden doorgaans niet ouder dan twee jaar, dus kunnen de aantallen waarin ze voorkomen sterk wisselen. Zo kan een water waar recentelijk intensief is gebaggerd of vissterfte heeft plaatsgevonden ineens krioelen van de vetjes. Stabiliseert het ecosysteem, dan nemen de aantallen weer af of verdwijnen ze soms zelfs geheel. Predatie is een belangrijke oorzaak, want het vetje is een geliefde prooi voor onder meer baars en jonge snoek.

Voortplanting  


De paai vindt plaats in het voorjaar, van april tot juni, bij een watertemperatuur van meer dan 17°C. In deze periode wordt meerdere keren gepaaid. De mannetjes bakenen een territorium af, waarna de vrouwtjes de eitjes afzetten in de vorm van kleverige snoeren. Dat doen ze bij voorkeur op rechtopstaande waterplanten of harde structuren. Het mannetje heeft vervolgens de taak om de eitjes te bewaken en van zuurstof te voorzien. Dit laatste doen ze onder meer door tegen de stengel waar de eitjes op zitten aan te stoten.
 

Kleine kringen


Vetjes verraden zichzelf vaak door kleine kringen in het wateroppervlak. Daar jagen ze op zoöplankton, kleine kreeftachtigen, insectenlarven en insecten – de bek van het vetje is dan ook bovenstandig. Dit tafereel zie je veelal in ondiepe, stilstaande en langzaam stromende wateren. Voorheen werd aangenomen dat deze ook per se vegetatierijk moesten zijn voor Leucaspius delineatus, maar in de praktijk komen vetjes ook veel voor in wateren waar waterplanten vrijwel afwezig zijn.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide