Wist je dat? Overal thuis

2309
22 apr 2017

De blankvoorn (Rutilus rutilus) is de meest algemeen voorkomende vissoort van ons land. In bijna elk watertype – zelfs in licht brak water – is deze vis uit de familie van de karperachtigen vaak in groten getale aanwezig.

Meren, plassen, polderwateren, grote en kleine rivieren en beken; in bijna elk watertype kun je blankvoorn vangen. Deze vis is in ons land een van de meest voorkomende soorten qua aantallen. Hij stelt maar weinig eisen aan het milieu. Een slechte zuurstofhuishouding en zelfs waterverontreiniging doen hem niet snel de das om. Ook zoutgehaltes tot circa 5-6 % vormen geen probleem. De blankvoorns die in brakwaterzones leven keren wel terug naar het zoete water om te paaien: blankvoorneieren en -larven kunnen niet tegen brak water.

Alleseter 

Daarbij is de blankvoorn ook een makkelijke eter. Het dieet verschilt per seizoen, maar omvat een breed scala aan voedsel. Watervlooien en -mijten, vlokreeftjes en zoetwaterpissebedden vormen de hoofdmoot  van het menu. Is het aanbod van dierlijk voedsel echter laag, dan schakelen volwassen vissen eenvoudig over op draadalgen en waterplanten (fonteinkruid, kranswier en waterpest). In perioden van schaarste eten ze zelfs dood organisch materiaal dat op de bodem ligt.

Keeltanden

Als karperachtige beschikt de blankvoorn vanaf 14 tot 16 centimeter lengte ook over goed ontwikkelde keeltanden. Dit zijn tandachtige structuren – harde, platte plaatjes die op kiezelsteentjes lijken – op de kieuwboog die de vis in staat stellen om ook weekdieren met een harde schelp te eten. Kleine zoetwaterslakken en mosselen worden gekraakt met de keeltanden. Daarbij moet de blankvoorn wel eerst de afweging maken of de energie die hij stopt in het kraken van het pantser opweegt tegen de energie die het eten van een slak of mossel oplevert.

Zelfde lengte

In optimale omstandigheden – voldoende voedsel en ruimte – kan de blankvoorn behoorlijk groot worden: het BNRZ- record staat op 48 cm. In kleinere en relatief voedselarme wateren stokt de groei dikwijls bij 25 tot 30 centimeter. Vang je een vis van een bepaalde lengte, dan is de kans groot dat de volgende blankvoorns even lang zijn. De blankvoorn zwemt meestal in scholen die bestaan uit vissen van dezelfde jaarklasse.Het vermoeden is dat schoolvorming al in één van de larvale stadia begint en dat deze groepen de rest van hun leven bij elkaar blijven. De scholen houden zich vaak op in de oeverzone nabij waterplanten, maar de grotere blankvoorns vind je ook wel op diepere delen in het open water.


Oranje oog 

De blankvoorn lijkt erg op nauwe verwanten als ruisvoorn, winde, jonge roofblei, kopvoorn, alver en serpeling. Ook kan Rutilus rutilus kruisen met diverse andere karperachtigen – die in grote scholen op ongeveer dezelfde tijd en plaats paaien – zoals de alver, kolblei, kopvoorn, ruisvoorn en brasem. Een duidelijk kenmerk van de blankvoorn is de vrij kleine kop met daarin naar verhouding een groot oog. De iris van het oog is lichtgeel, met bovenin een oranje vlek. Soms is de iris zelfs helemaal oranje. Daar dankt de vis ook zijn Latijnse naam aan: rutilus betekent rood of geelachtig.

Bron: Hét Visblad

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide