Wist je dat: als een snoek op zolder

739
28 jul 2018

De Nederlandse taal bulkt letterlijk van de vis. Zo figureren diverse vissoorten vaak prominent in tal van spreekwoorden en gezegden. Dat betreft eerder honderden dan tientallen spreekwoorden.

Laten we om te beginnen ingaan op de kop van dit artikel. Een snoek op zolder is niet bepaald logisch, dus dit gezegde geeft duidelijk aan dat iets totaal uit zijn element is. Deze betekenis komt terug in een aantal variaties op dit spreekwoord, zoals 'kijken als een snoek op zolder' (zeer verbaasd zijn) of 'een snoek op zolder zoeken' (vergeefse moeite doen). Esox lucius komt ook nog in enkele andere uitdrukkingen voor. Zo kun je 'een bliekje werpen om een snoek te vangen' (met iets onbeduidends iets belangrijks proberen te krijgen), 'een snoek slaan' (als roeier een slag met de riem missen) of 'een snoek hebben gevangen' (in het water zijn gevallen).

Culinaire link

Ook andere vissoorten komen in diverse gezegden en spreekwoorden aan bod. Dit betreft in de regel vissen zoals de aal, haring, kabeljauw ('er kan nog een kabeljauw onderdoor': er is ruimte genoeg), zalm, bot, spiering, schelvis ('kijken als een schelvis': lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken) en haai. Niet geheel toevallig zijn dit bijna allemaal vissoorten die vaak ook op het bord belanden. De culinaire link uit het dagelijks leven heeft ervoor gezorgd dat deze vissen van lieverlee in spreekwoorden zijn opgenomen. En soms zijn karakteristieke eigenschappen de reden dat een gezegde aan een vissoort wordt gewijd. Bijvoorbeeld de slijmerige huid van de paling ('zo glad als een aal') of het vermeende agressieve en bloeddorstige karakter van de haai ('naar de haaien gaan').

Positief of negatief

Veel vaker nog komt de brede verzamelnaam ‘vis’ voor in uitdrukkingen. In bepaalde gevallen is dat positief ('zo gezond als een vis': heel gezond) maar soms is het ook wat minder vleiend ('zo stom als een vis': iemand die geen woord zegt). Opvallend is dat zodra het om lichaamsdelen van de vis gaat, de teneur bijna altijd negatief is. Denk aan: 'niet zuiver op de graat zijn' (onbetrouwbaar zijn), 'vissenbloed hebben' (gevoelloos hoe het ervoor staat’. gevoelloos zijn) en 'geen vin verroeren' (geen poot uitsteken). Ook de activiteit van het vissen zelf is soms het onderwerp van een gezegde. Zo kun je 'naar iets vissen' (iets trachten te achterhalen), 'in troebel water vissen' (profiteren) en 'achter het net vissen' (te laat komen). En als je 'met iemand kunt gaan vissen', dan is dat een prettig persoon in de omgang. Dat dit geen visserslatijn is, weet iedere sportvisser natuurlijk allang!

Haring of kuit

Ook de rubriek getiteld Haring of kuit in dit magazine – waarin standpunten van Sportvisserij Nederland worden toegelicht – is geïnspireerd op een historische uitdrukking. Het gezegde ‘haring of kuit willen hebben’ is al zo’n vijf eeuwen oud en betekent dat je precies wilt weten hoe iets zit. Die betekenis had het in eerste instantie echter niet. In de spreekwoordenverzameling Seeman (1681) van W. à Winschooten wordt het nog omschreven als ‘het een óf het ander willen hebben’. Pas later is de betekenis verschoven naar ‘duidelijk willen weten hoe het ervoor staat’.

Bron: Hét VISblad






Divide