Waterkracht: rode stroom

01 apr 2015

Duurzame energie is hot, en waterkracht dus ook. Maar hoe ‘schoon’ is de energie van waterkrachtcentrales die grote aantallen vissen verhakselen?

Nederland telt momenteel zeven kleine waterkrachtcentrales (WKC’s), maar het kabinet ziet waterkracht als een belangrijke nieuwe bron van duurzame energie. Daarom heeft Rijkswaterstaat in opdracht van het kabinet in een beleidsregel een landelijk kader geschetst voor wat betreft de vergunningverlening voor WKC’s in de Rijkswateren. Daarin staan de normen omschreven die gelden voor vissterfte bij WKC’s, maar wordt tegelijkertijd experimenteerruimte geboden voor nieuwe, innovatieve technieken.

Boven de 10% norm


“Sportvisserij Nederland verschilt hier fundamenteel van mening met Rijkswaterstaat”, zegt voorzitter Menno Knip. “De maximaal toegestane norm van 10% vissterfte – inclusief uitgestelde sterfte van door de ronddraaiende schoepen van de turbines beschadigde vis – wordt in de Maas al ruim overschreden door de twee bestaande WKC’s bij Linne en Lith. De norm van 10% moet worden gehandhaafd en niet worden verruimd door vijf nieuwe WKC’s toe te staan met elk 0,1% sterfte. Met andere woorden: zolang de huidige centrales niet  ver beneden de 10% sterfte zitten, is er geen ruimte voor nieuwe initiatieven voor waterkracht en nog meer ‘rode stroom’.”

Belemmeringen

De Nederlandse delta vormt immers een belangrijke toegangspoort voor Europa. Knip: “Miljoenen trekvissen, onder meer de bedreigde Atlantische zalm en aal, migreren jaarlijks tussen de Noordzee en de Europese binnenwateren. Deze trektocht van en naar zee wordt ernstig belemmerd door stuwen, dammen en sluizen. Bovendien lopen de vissen een grote kans te worden vermalen in de zeven Nederlandse WKC’s en meer dan 3.000 polder- en boezemgemalen. Dit is natuurlijk niet te rijmen met een duurzaam beheer van de visstand en doet afbreuk aan alle investeringen in binnen- en buitenland om bepaalde vissoorten te herintroduceren.”

Standpunten

In het licht van het voorgaande is Sportvisserij Nederland van mening dat:

  • Er geen nieuwe WKC’s in Nederland moeten komen, tenzij onomstotelijk kan worden aangetoond dat nieuw te bouwen centrales geen vissterfte veroorzaken.
  • Bij de bouw van eventuele nieuwe WKC’s dient een afweging te worden gemaakt tussen de bestaande natuurwaarden en het mogelijke rendement dat deze centrales opleveren.
  • Vergunningaanvragen voor de bouw van nieuwe centrales moeten worden onderworpen aan een Milieu Effect Rapportage waarin naast de plaatselijke effecten ook het effect op het stroomgebied als geheel wordt gewogen.
  • Alle reeds bestaande WKC’s moeten zo snel mogelijk worden voorzien van een aantoonbaar effectief visgeleidingssysteem dan wel een visvriendelijke turbine.

Kosten-baten analyse


De zeven Nederlandse WKC’s kunnen jaarlijks in totaal voor circa 108 gigawatt uur aan elektriciteit opwekken. Daarmee voorzien ze in slechts één promille van de jaarlijkse Nederlandse energiebehoefte. De plannen om het aantal centrales uit te breiden (met minimaal vijf en maximaal negen) zou dit hoogstens kunnen verdubbelen tot twee promille. Gelet op de marginale energieopbrengst en grote schade aan bedreigde vissoorten en hele ecosystemen is de vraag gerechtvaardigd of waterkracht in de Nederlandse situatie wel een duurzame energiebron is en of deze vorm van energiewinning überhaupt verder kan worden uitgebreid. In Denemarken – qua hoogteverschillen en klimaat goed met Nederland vergelijkbaar – wordt heel anders met deze problematiek omgegaan. Daar is een kosten-batenanalyse tussen energieopwekking en schade aan de natuur gemaakt en zijn veel WKC’s stilgelegd en afgebroken.
Gerelateerde berichten
Er zijn geen gerelateerde berichten.
Labels

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide