Ruimtenood in de poldersloot

7364
02 mei 2008

GROENE HART - De dotterbloemen aan de oevers van de Drecht bloeien uitbundig. In het water dobbert een dode snoek. Of hij het nou wilde of niet, de Wassenaarse Polder zal de snoek nooit bereiken.

Want op deze plek, in Bilderdam, is de weg voor vissen tussen rivier en poldersloot afgesloten. Een indrukwekkend gemaal is een niet te nemen hindernis, ook in de omgekeerde richting. Dat blijft zo, tot zeker 2015. Pas dan wordt het mogelijk, als het een beetje meezit, van de polder naar de Drecht en omgekeerd te zwemmen.

En niet alleen daar. Het Groene Hart is nog vol knelpunten voor vissen die de ruimte zoeken. Meer dan twintig zijn het er volgens een inventarisatie van de vier waterschappen uit het gebied. Uit de polder naar de rivier de Vlist zwemmen, tussen Haastrecht en Schoonhoven? De komende zeven jaar gaat dat zeker niet lukken, zo blijkt uit gegevens van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

De Oudhuizersluis bij Wilnis is eerder aan de beurt. Hier, in het gebied van de Stichtse Rijnlanden, worden uiterlijk in 2010 maatregelen genomen.

Terug naar het gemaal met de dode snoek. Dat is van het grootste hoogheemraadschap van het Groene Hart, Rijnland. Een woordvoerster erkent dat er nog veel werk aan de winkel is als het gaat om de aanleg van passages bij visonvriendelijke plekken. ,,Bij grote gemalen kijken we of er mogelijkheden zijn om aanpassingen te doen. Het is een speerpunt.’’

Hoog tijd, vindt Edwin van der Pouw Kraan. Hij is adviseur aquatische ecologie en waterkwaliteit bij advies- en ingenieursbureau Grontmij. ,,Het Groene Hart heeft heel veel knelpunten. Sommige gemalen moeten het water vier meter omhoog brengen. Dat is een probleem voor vissen.’’

De ingenieur constateert wel dat er de laatste jaren meer aandacht is voor het probleem. Dat komt ook door ’Europa’, waar afspraken zijn gemaakt over vrije vismigratie en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Toch: „Het staat nog in de kinderschoenen.’’

Visserijbioloog Ton van der Spiegel is actief voor de sportvisserij in het Groene Hart. Hij constateert dat de leefomgeving voor de gemiddelde poldervis voorlopig alleen maar slechter wordt.

,,Tot dertig, veertig jaar geleden had-ie genoeg ruimte. Maar je ziet dat het gebied steeds meer versnippert. Het wordt te klein voor vissen om hun levenscyclus te kunnen doorlopen. Een ruisvoorn of een snoek heeft vijftig hectare nodig, anders verliest hij de concurrentie met andere soorten.

En hij moet kunnen vluchten voor aalscholvers. Vroeger konden ze terecht in diepe, brede sloten, maar die zijn er steeds minder.’’

Dat het slecht gaat, blijkt volgens Van der Spiegel uit een recent onderzoek naar de visstand in de polders tussen Zoeterwoude en Papekop. ,,Er zit of kleine of zeer grote vis. De rest is verdwenen.’’

Aangepaste gemalen, automatische hevels, aparte doorgangen naast stuwen in de sloten, het zijn allemaal manieren om de poldervis er weer een beetje bovenop te helpen. Van der Spiegel: ,,De waterschappen werken van groot naar klein en zoeken de pareltjes uit. Ik denk dat ze voor de grote watersystemen in 2015 al veel bereikt hebben.’’ Maar dat is slechts een deel van het verhaal.

Aan de andere kant verdwijnt er ook veel: breed water bij boerderijen dat ideaal is voor vissen, wordt meer en meer afgesloten van de rest van de polder om de funderingen te sparen, sloten worden nog steeds vergiftigd door het injecteren met mest van het nabijgelegen grasland, waterpeilen gaan overal verder omlaag. Enig begrip voor de situatie heeft Van der Spiegel wel: ,,Een waterschap zegt: onze eerste taak is ervoor te zorgen dat we droge voeten houden. Moeilijkheid is dat vissen zo’n laag aaibaarheidsgehalte hebben. Als weidevogels zou overkomen wat er nu met vissen gebeurt, zouden we wel harder lopen.
Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide