Aan karpers zit een eigen luchtje

11234
02 mei 2012

In het onderzoek naar het gedrag van vissen nemen feromonen (signaalstoffen, chemische attractoren) een belangrijke plaats in.

Attractoren zijn bijvoorbeeld hormonen, maar steeds meer onderzoeken wijzen ook op het belang van andere lichaamsstoffen, in combinatie met bijvoorbeeld geslachtshormonen. In een onderzoek naar het gedrag van goudvis en karper, gingen de onderzoekers er vanuit dat het voor deze nauw verwante soorten wel om dezelfde stoffen zou gaan.

 

Maar dat bleek zeker niet het geval. Vissen werden alleen aangetrokken door de geur van soortgenoten, dus een goudvis door andere goudvissen en een karper door andere karpers. Door de proefopzet konden andere factoren worden uitgesloten: het waargenomen gedrag kon alleen worden verklaard met soortspecifieke stoffen.

Men veronderstelt dat de karper bij de soortherkenning tamelijk complexe mengsels stoffen produceert. Het gaat zeer waarschijnlijk om prostaglandines (PGF’s), hormoonachtige stoffen die het lichaam zelf aanmaakt en (ook bij de mens) betrokken zijn bij allerlei fysiologische processen. Veel vissen kunnen deze stoffen uitscheiden en waarnemen, maar hoe dat precies soortspecifiek werkt is nog onduidelijk.

Biologisch parfum verleidt karpers

Geurstoffen en het reukvermogen spelen ook een cruciale rol bij de voortplanting van de karper. Dit bleek al uit een simpele proef, waarbij bij een aantal paairijpe mannetjes de neusgaten tijdelijk werden afgesloten. De paaiactiviteit liep drastisch terug, zelfs zodanig dat de voortplanting mislukte.

Herkenning door het ruiken van de andere sexe is blijkbaar van levensbelang. Mannetjes bleken in andere proeven duidelijk te worden aangetrokken door water waarin paairijpe vrouwtjes hadden rondgezwommen. Drie verschillende PGF’s bleken een belangrijk bestanddeel te zijn van deze verleidelijke geuren…

Er is van deze “karper-parfum” niet veel nodig. De karper scheidt per 100 gram lichaamsgewicht zo’n 1 miljoenste gram PGF’s uit, in een bepaalde verhouding tussen de drie PGF’s. Ook bij goudvissen waren de PGF’s volop aanwezig als attractiestof tussen beide geslachten, maar in een andere verhouding dan bij de karper. De verhouding verklaart dus mogelijk de soortspecifieke werking.

Maar uit vervolgproeven bleek het verhaal nog niet sluitend. Naast PGF’s is ook nog een ander stof, of type stoffen, betrokken. Het gaat om een soortspecifieke stof die gelijktijdig afgescheiden, nodig is om de PGF’s hun werk te laten doen. De onderzoekers spreken daarom over een “feromonen-complex ”.

Tot zover de eerste uitkomsten van de experimenten in het laboratorium. Maar: werkt het in het echt ook zo? Om dat te testen werden in een meer in de Verenigde Staten een aantal niet paairijpe vrouwtjes gevangen en voorzien van een miniscuul inwendig pompje, voorzien van PGF-2á. Ook werd een aantal mannetjes gevangen en voorzien van een radiozender.

Metingen wezen uit dat de behandelde vrouwtjes na 5 -9 dagen een maximale hoeveelheid feromoon-complex produceerden met een sterk lokkende werking op de mannelijke soortgenoten. De feromonen werkten tot op een afstand van circa 20 meter. Vrouwtjes werden niet gelokt. Ook een blanko groep niet behandelde vrouwtjes, kon zich niet in de aandacht van de mannetjes verheugen. De aantrekkende werking was even groot als de natuurlijke aantrekking van paairijpe vrouwtjes, zoals eerder in het lab was onderzocht.

Ook in dit onderzoek bleek dat niet de PGF’s zelf attractief zijn. PGF’s zorgen voor de aanmaak van de feitelijke, soortspecifieke attractanten. Om welke stoffen het precies gaat, is echter nog niet bekend. Het onderzoek was de eerste waarbij praktijkmetingen aan feromonen zijn gedaan. De Amerikaanse biologen voorzien een breed veld van mogelijke toepassingen en zullen het onderzoek voortzetten.

Bronnen:

  • Lim, H. & P.W.Sorensen (2011). Polar metabolites synergize the activity of prostaglandin F2á in a species-specific hormonal sex pheromone released by ovulated common carp. J. Chem. Ecol. 37 ( 7): 695-704
  • Sisler, S.P. & P.W. Sorensen (2008). Comon carp and goldfish discern conspecific identity using chemical cues. Behaviour 145 (10): 1409-1425.
  • Lim, H. & P.W. Sorensen (2012). Common carp implanted with prostaglandin F2á release a sex pheromone complex that attracts conspecific males in both the laboratory and field. J. Chem.Ecol. 37 (11).
  • Lim, H. & P.W. Sorensen (2010). Making and using female sex pheromone implants which attract mature male common carp. University of Minnesota, 17 pp.
Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide