Omhoogzwemmen in kunststoffen kanaal

4110
10 dec 2008

Bron: stentor.nl. Een kanaaltje van rechthoekige kunststoffen schotten. Daarmee wil staalbedrijf Jansen Venneboer in Wijhe duizenden stuwen, sluizen en andere waterbarrières 'visvriendelijk' maken. Het drijft ook en dat is een belangrijk voordeel.

Miljoenen vissen zijn in de Hollandse wateren langdurig opgesloten tussen dijkjes, tienduizend stuwen en 3.500 gemalen. Voor een gezonde visstand is spreiding gewenst. Zoals op de Veluwe beheerders wildviaducten creëerden om herten en reeën te spreiden, ontwikkelden de waterschappen de vispassage.

,,Tot nu toe had je altijd ruimte naast de stuw of sluis nodig om de vissen om te leiden door een vispassage'', vertelt Jos Schoorlemmer. Hij is de accountmanager die voor Jansen Venneboer, in de branche gerenommeerd als bouwer van bruggen, sluizen, stuwen en andere waterkunstwerken, de mobiele vistrap bij waterbeheerders aan de man moet brengen.

De eerste ideeën zijn ontwikkeld bij het Deventer ingenieursbureau Tauw. Ontwerper Meyberg bedacht een simpele langwerpige doos met schotten, de traptreden als het ware. Onder deze trap zijn twee drijvers gemonteerd. ,,Zo ligt de vispassage in het water, scharnierend verbonden aan de stuw. Zo heb je geen ruimte op de wal nodig en die constructie belast de stuw nauwelijks'', stelt Schoorlemmer tevreden vast.

Jansen Venneboer ging met het idee experimenteren. Constructeur May Frederiks bouwde eerst twee trappen van aluminium. Ze lagen in poldersloten in West-Brabant (een van 6,60 meter waarin vissen 58 centimeter naar omhoog kunnen zwemmen) en op de Veluwe bij Elburg (2,50 meter, 25 centimeter hoogteverschil). De resultaten waren uiterst bemoedigend.

Alleen bleek het aluminium duur, veel te duur om de ontwikkelingskosten terug te verdienen. Reden voor het derde prototype kunststof toe te passen. ,,Je moet veel dikkere platen gebruiken en alle laswerk is uitbesteed aan een bedrijf in Neede, maar toch konden we zo een vistrap tegen een concurrerende prijs ontwikkelen.''

De kunststoffen 'goot' ontbeert de glans van het aluminium, een extra voordeel omdat vissen een hekel hebben aan licht. Met zijn donkere kleur valt die veel minder op in de poldersloten en –weteringen dan de metalen uitvoering.

Een blik in het inwendige leert dat er veel laswerk nodig was. Zo zijn de poorten in de schotten, waardoor de vissen van trede naar trede naar boven zwemmen, voorzien van dikke buizen in de posten. Bedoeld voor een uitgekiende waterstroom, terwijl die rondingen ook prettiger zijn voor de visschubben. Op de bodem van elk vak ligt een soort rooster dat de stroming tempert. Bodemvisjes die stille wateren gewend zijn, vinden daar 'stroomluwtes'

Een soort laadklep vervolmaakt de installatie. Het is een plaat die gekoppeld is aan het begin van de vistrap en rust op de bodem van de watergang. Schoorlemmer: ,,Met kunstgras erop ontstaat een helling voor diezelfde bodemvissen. Die zullen nooit omhoog zwemmen, maar deze klep ervaren ze als een hellende bodem. Daarover kunnen ze onze vistrap wel bereiken.''

Bron: stentor.nl

Meer over vismigratie

Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide