Gestalt Switch voor de aalscholver

10236
03 jan 2011

De aalscholver wordt zowel aanbeden als verketterd. Vogelaars knuffelen deze teruggekeerde ‘verloren zoon’ bijkans dood. Beroepsvissers, viskwekers en hengelsporters volgen de gestage opmars van deze vogel die flink huishoudt onder visbestanden echter met lede ogen.

Foto: Symbool van geslaagde natuurbescherming of ongewenste exoot?

Christer Olburs: “Nederlanders pamperen de verkeerde aalscholver.”

Volgens de Zweedse visserijbioloog, vogelaar en milieubeschermer Christer Olburs ontbreekt in beide kampen de puur wetenschappelijke benadering van de aalscholver. Daardoor vertroebelt de discussie tussen voor- en tegenstanders van deze vogel.

Christer Olburs (62) uit Stockholm heeft heel zijn professionele carrière in de visserij- en aquacultuurbranche gewerkt. Daarnaast is hij een fervent vogelaar en milieuactivist, maar ook een sportvisser en jager. Onderzoeken die hij vanaf de jaren ’90 deed voor de provincie Stockholm op het gebied van visserijmanagement, leidden tot een studie naar de rol van aalscholvers.

Het sluitstuk daarvan is het in 2008 gepubliceerde rapport ‘The Chinese cormorant, Phalacrocorax carbo sinenis Blumenbach 1798, an alien bird’. Dit rapport heeft als ondertitel ‘An attempt to understand a complex biological question’. Titel en ondertitel maken twee aspecten duidelijk. Olburs beschouwt sinensis als een niet-inheemse vogel. Een exoot die ons – zowel in Zweden als in Nederland – met een biologisch vraagstuk opzadelt.

Chinese aalscholvers

Voor het juiste begrip van de aalscholverkwestie is het van belang te weten om welke aalscholver het nu eigenlijk gaat. Want met Phalacrocorax carbo ben je er nog niet. Het overgrote deel van de aalscholvers in Nederland en grote delen van Noordwest-Europa valt wel onder deze soortnaam, maar behoort tot de ondersoort P. carbo sinensis. Zoals de naam sinensis al zegt, zou je deze ondersoort kunnen omschrijven als de Chinese aalscholver.

Christer Olburs spreekt van de ‘lesser great cormorant’. Voor de duidelijkheid is het handig om deze ondersoort in het vervolg van dit artikel ‘sinensis’ te noemen. Sinensis is dus een ondersoort van Phalacrocorax carbo carbo, de hoofdvorm die in het Nederlands simpelweg ‘grote aalscholver’ heet.

Koekoeksjong

Olburs constateert in zijn onderzoeksrapport dat – afgezien van de discussie over (her)introductie van de wolf – geen enkel dier voor een dergelijke polarisatie heeft gezorgd als de aalscholver. “Je hebt aalscholverliefhebbers en aalscholverhaters”, zegt hij telefonisch vanuit Stockholm. “Dat onderscheid heb ik zo nadrukkelijk aangestipt omdat zowel de liefhebbers als de haters niet in staat blijken het aalscholverissue op een strikt wetenschappelijke manier te benaderen.


De imheems aalscholver is aanzienlijk groter dan P. carbo sinensis.

Juist daarom voelde ik me als bioloog met een gedegen wetenschappelijke opleiding geroepen dat wel te doen.” Olburs vergelijkt de aalscholverproblematiek met die van de herintroductie van de wolf. Hij stelt dat P. carbo sinensis door onwetende vogelliefhebbers of natuurbeschermers in Nederland ten onrechte is verwelkomd als een verloren zoon. In zijn optiek zitten we nu met een koekoeksjong dan wel een paard van Troje. Dat de wolf ooit in Nederland voorkwam, staat vast.

Van sinensis dateren de oudste vermeldingen en bewijzen volgens Olburs hooguit uit de vroege Middeleeuwen.

Bedreiging inheemse visstand

Maar wat is nu eigenlijk het aalscholverissue? Olburs heeft weinig woorden nodig om de vinger op de zere plek te leggen. “Phalacrocorax carbo sinensis is de grootste bedreiging van de inheemse visfauna in het zoete water en de kustwateren in Europa. Deze vogel zorgt nu al op enorme schaal voor genetische en economische verliezen.” Sinensis krijgt dus zonder enige terughoudendheid de zwarte piet toegespeeld van Olburs. “Niets heeft me tot op heden kunnen afbrengen van mijn mening dat sinensis – nu nog beschouwd als een subspecies – een invasieve en exotische vogel in Europa is”, zegt hij stellig. “De inheemse, Atlantische grote aalscholver wordt nu genetisch en ecologisch bedreigd door sinensis.


Veel visbestanden staan tengevolge van aalscholverpredatie onder druk.

Het is een groot schandaal dat deze bedreiging niet wordt onderkend.” De ‘alien’ sinensis zou daarom volgens Olburs op dezelfde lijst moeten komen te staan als andere invasieve species zoals de wasbeerhond, de Amerikaanse nerts en de muskusrat. “Zodat hij het hele jaar door kan worden bejaagd. Als dit niet gebeurt, zal geen enkele andere maatregel nog effect hebben. Daarbij is het zo dat voor elk jaar dat er geen maatregelen worden genomen, de tijdspanne en kosten om dit probleem aan te pakken zullen toenemen.”

Chinese import

Het wrange is dat de Nederlanders het probleem ooit zelf hebben binnengehaald. In zijn studie concludeert Olburs dat in de 16e eeuw vanuit China al aalscholvers werden geïmporteerd die waren getraind in de visvangst. “Vissen met aalscholvers was toentertijd een aristocratische rage. In Nederland, maar ook in Frankrijk en vooral in Engeland. In de 18e eeuw verwaterde deze sport, om in de 19e eeuw in Engeland nog even kort op te leven.”

Publicaties die stellen dat sinensis al veel langer in (Noordwest)Europa voorkomt, verwijst hij naar het rijk der fabelen. “Het enige harde bewijs voor de aanwezigheid van aalscholvers in Zweden en ook in Nederland zijn (sub)fossielen. En die zijn allemaal van P. carbo carbo.” Dat de Nederlanders in het verleden P. carbo sinensis hebben geïntroduceerd, vindt Olburs historisch gezien nog wel te vergeven.

Het gegeven dat in ons land de koppigste aalscholverliefhebbers van Europa wonen stuit bij hem wel op verwondering. “Het is ongelofelijk dat ze erin zijn geslaagd om de Nederlandse (sport)vissers zover te krijgen dat ze deze invasieve vogel hebben geaccepteerd.” Volgens Olburs hebben de aalscholver-lovers geen idee van de bedreiging die sinensis vormt voor de visstand in de Nederlandse kust- en binnenwateren. “Of ze weten het niet, of het kan ze simpelweg niets schelen. Er dreigt een ichtyologische woestijn te ontstaan. Sommige vissoorten zullen uitsterven en er blijft maar weinig vis over voor de (sport)visserij.”

Gevaarlijke opportunisten

Afhankelijk van het jaargetijde richt P. carbo sinensis zich in Zweden vooral op baars, snoekbaars, paling, snoek, blankvoorn, brasem, puitaal, zeeforel, enzovoort. Daarmee is hij volgens Olburs ‘plaatselijk de belangrijkste vispredator in de Stockholm-archipel’. “Van de 120.000 zeeforellen die elk jaar in de regio Stockholm worden uitgezet valt een groot deel ten prooi aan de aalscholver. De hengelvangsten zijn de laatste tien jaar zwaar gekelderd. Afgezien van de zeeforel en de puitaal zal dat in de Nederlandse riviermondingen en binnenwateren niet veel anders zijn.

P. carbo sinensis en P. carbo carbo zijn allebei opportunistische creaturen. Ze eten de meest voorkomende en makkelijkst vangbare vissen. Binnen een bepaalde marge eten ze alles, zolang het maar gemakkelijk te slikken is.” Toch is er een belangrijk verschil tussen sinensis en carbo carbo. Olburs: “Sinensis is een vogel die foerageert in brak en zoet water, terwijl carbo carbo voornamelijk een zeevogel is.”


Vissoorten als karper en kruiskarper zijn veel minder gevoelig voor aalscholverpredatie.

Olburs adviseert Sportvisserij Nederland en de visserijorganisaties aan te dringen op een jaarronde bejaging van ‘de Chinees’. Bij de regering, maar ook bij de Europese Unie. “De Europese Commissie heeft in feite het probleem gecreëerd door P. carbo sinensis in 1979 op te nemen in de Vogelrichtlijn. Er zou een diepgaande studie moeten worden gedaan naar de wetenschappelijke basis voor die beslissing.” Overigens geldt dat wat Olburs betreft evengoed voor het besluit van 1997 om deze soort weer van de lijst te schrappen.

Verschillen

Het grote verschil tussen sinensis en carbo, maakt eventuele bejaging relatief makkelijk, claimt Olburs. “P. carbo carbo is geen bedreigde diersoort. Bovendien broedt deze vogel voor zover ik weet niet in Nederland. Voor hybridisatie hoeft in Nederland nog niet te worden gevreesd. Maar sinensis rukt wel op naar het noorden langs de Noorse kust. Dat is een serieuze genetische en ecologische dreiging voor de inheemse P. carbo carbo.”

De kans dat P. carbo carbo bij eventuele bejaging van sinensis de plek inneemt die zijn neefje achterlaat, acht Olburs klein. “Carbo carbo is een zeevogel. En de populaties zijn eenvoudig in de hand te houden.” Met enige meewarigheid beziet Olburs de Nederlandse proeven met kooien, takkenbossen en zelfs het afspelen van orkageluiden om aalscholverschade te voorkomen. “Maatregelen om de habitat van vissen te verbeteren zijn altijd goed, maar als oplossing van het aalscholverprobleem zijn deze pogingen eigenlijk simpelweg idioot.”


Maatregelen in de vorm van kunstmatige schuilplaatsen kunnen weldegelijk effectief zijn.

Bron: Visionair 18 (verschijnt januari 2011). Meer Visionair? Neem een abonnement! Klik hier voor meer informatie.

-> Meer informatie over maatregelen tegen de aalscholver voor verenigingen.

Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide