Beroepszaak staand want Rotterdamse haven

3616
04 sep 2015

Gisteren werd bij de rechtbank van Breda het beroep behandeld dat door Sportvisserij Zuidwest Nederland is ingesteld tegen de staand wantvisserij in de Rotterdamse havenmonding. De rechter nam daarbij alle tijd om zich goed te informeren over de drie vergunningen voor het vissen met staand want die zijn verleend door het ministerie van Economische Zaken.

Bij de mondelinge behandeling van de beroepszaak werd Sportvisserij Zuidwest Nederland ondersteund door een aantal medewerkers en de jurist van Sportvisserij Nederland. Allereerst werd er langdurig stilgestaan bij de vraag of de federatie wel op tijd bezwaar had gemaakt. Ook keek de rechter goed naar de vraag of Sportvisserij Zuidwest Nederland wel een belang heeft bij haar bezwaren tegen de vergunningen. Met name de beroepsvisser die aanwezig was, bestreed dit. Maar er werd ook over de inhoud gesproken. Volgens het ministerie is er niets mis: het zou immers niet om nieuwe vergunningen gaan, maar om vergunningen die al heel lang worden verleend. Onderbouwing hiervan werd niet geleverd. Voor wat betreft de gevolgen van de staand wantvisserij maakt het overigens ook niet uit of er eerder wel of niet vergunningen werden verleend. 

Zeebaars

Een feit is immers dat er met de vergunningen met name wordt gevist op zeebaars, terwijl het daar zeer slecht mee is gesteld. De Europese Commissie laat ieder jaar vangstadviezen opstellen door ICES. Dit instituut geeft al jaren aan dat het zeer slecht gaat met de zeebaars en dat maatregelen dringend noodzakelijk zijn. Tot aan 2013 was er geen vangstlimiet. Voor 2014 adviseerde ICES maximaal 2.700 ton zeebaars te vangen. Voor 2015 luidde het advies maximaal 1.150 ton. En voor 2016 is het advies maximaal 541 ton. Cijfers die voor zich spreken. Terwijl het quotum voor 2016 waarschijnlijk alleen al wordt bereikt door de bijvangst aan zeebaars bij andere visserijvormen. 
De Europese Commissie heeft recent dan ook diverse noodmaatregelen getroffen om de visserijdruk te verminderen en een verdere afname van het zeebaarsbestand te stoppen. Dit alles was ook te lezen in een document van onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR dat door de aanwezige beroepsvisser werd overgelegd. Uit dit document blijkt bijvoorbeeld dat het paaibestand al jaren afneemt, dit de kritische grens dreigt te bereiken en dat ICES daarom adviseert de vangst met 80% te verminderen. De verantwoordelijke staatssecretaris, mevrouw Dijksma zei in een brief aan de Tweede Kamer van 4 juni 2015 (Kenmerk DGAN_ELVV / 15074666) dan ook terecht dat de 'zeebaars in een erbarmelijke staat verkeert'. Overigens heeft de recentelijk ingevoerde verhoging van de minimummaat van 36 naar 42 cm voor deze nettenvisserij geen effect: in de vergunningen is geen minimum maaswijdte opgenomen, zodat ook zeebaarzen kleiner dan 42 cm nog steeds omkomen in de netten. 

Zalm, zeeforel en andere beschermde soorten

Maar de netten zijn niet alleen schadelijk voor het zeebaarsbestand. In 2008 voerde Imares namelijk een onderzoek uit in opdracht van het toenmalige Ministerie van LNV. Een van de conclusies uit dit rapport (Rapport: Bijvangsten van salmoniden en overige trekvissen vanuit een populatieperspectief) luidt namelijk: “Bovenstaande in overweging nemende is de sterfte van salmoniden in de staand wantvisserij naar verwachting zeer hoog”. Die trieste conclusie valt niet te rijmen met het feit dat deze salmoniden volgens de Visserijwet 1963 levend moeten worden teruggezet. Bovendien zullen ook door de Flora- en faunawet beschermde vissoorten (houting en steur) een staand want niet overleven. Hetzelfde geldt ook voor de fint die is opgenomen op de Rode lijst van vissoorten, wat betekent dat er bij het maken van beleid rekening moet worden gehouden met de slechte toestand waarin de visbestanden van deze soorten zich bevinden.
Ondanks dit alles vindt het ministerie van Economische Zaken dat er geen aanleiding is om onderzoek te doen naar de werkelijke sterfte van salmoniden en beschermde vissoorten bij de staand wantvisserij. De vergunningen worden eenvoudigweg verleend omdat dit al heel lang gebruikelijk zou zijn. Er wordt zelfs een vergunning verleend aan een bedrijf dat hier volgens het ministerie geen gebruik van maakt. De jurist van Sportvisserij Nederland noemde het dan ook bizar dat de drie vergunningen worden verleend.

Uitspraak

Na de bijna twee uur durende zitting - waarvoor oorspronkelijk een uur was uitgetrokken - wordt over zes weken de uitspraak verwacht. Die kan echter ook nog worden uitgesteld. Uiteraard houden wij je op de hoogte van deze belangrijke zaak. Niet alleen voor de honderdduizend sportvissers die jaarlijks in het gebied vissen, maar ook voor de hengelsportwinkeliers in de regio. Zij zijn voor hun boterham immers afhankelijk van een gezonde visstand.


Achtergrond beroepszaak

De aanleiding voor de beroepszaak waren de klachten die Sportvisserij Zuidwest Nederland in het najaar en de zomer van 2014 massaal ontving over beroepsvissers die met staand want visten in het Rotterdamse havengebied. Sportvissers beklaagden zich onder andere over het feit dat de netten pal voor hun neus werden gezet, zodat zij gedwongen werden te vertrekken. Sportvisserij Zuidwest Nederland is lang bezig geweest om uit te zoeken op basis van welke regels er werd gevist. Uiteindelijk werd duidelijk dat het ministerie van Economische Zaken hiervoor vergunningen uitgaf, maar pas met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur kwamen de vergunningen (voor het vissen met 2.500 meter staand want per vergunning, die geldig zijn van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015) daadwerkelijk boven tafel. Sportvisserij Zuidwest Nederland heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunningen. Nadat dit bezwaar was afgewezen door het ministerie, is beroep ingesteld bij de rechtbank.

Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide