Kannibalisme bij vissen: barbaars

7343
23 sep 2015

Kannibalisme wordt bij mensen als een barbaarse daad gezien. Het eten van individuen van dezelfde soort komt bij vissen echter vaker voor dan je wellicht zou denken – en met reden.

(foto: Janny Bosman)

Vissen zijn opportunisten. Een snelle en gemakkelijke hap is altijd goed; ook als het je eigen soort betreft. Dit voor mensen ‘barbaarse’ gedrag zit er bijvoorbeeld bij de baars al vroeg in: de grote larven van deze vissoort eten hun kleinere broertjes en zusjes soms al op.


(foto: Janny Bosman)

Uitbreiding menu

Jonge baars eet normaal gesproken dierlijk plankton en ongewervelde dieren, zoals aasgarnalen en vlokreeften. Pas bij een lengte van 15 cm wordt het standaardmenu van insectenlarven en kreeftachtigen uitgebreid met vis(broed) – waarbij spiering en kleinere soortgenoten de voorkeur genieten. Maar in het geval van voedselschaarste kan kannibalisme al eerder optreden.

Weinig te kiezen

In helder en voedselarm water kan de visstand grotendeels bestaan uit grote aantallen kleine, plankton etende baarsjes. Aangezien er dan weinig visvoedsel beschikbaar is, schakelen de grotere baarsjes al snel over op het eten van hun kleinere jaargenoten. Ook de grote, oudere baarzen zijn in deze situatie grotendeels aangewezen op het eten van jongere soortgenoten.


Grote snoek eet grote snoek - vangst bij een visserijkundig onderzoek

Zelfregulering

Het gevolg is een zelfregulerende baarsstand. En dat is maar goed ook, zo blijkt uit een experiment waarbij in een voedselarm water de oudere, visetende baarzen werden weggevangen. Als gevolg hiervan bleek onder de jonge baarsjes een enorme sterfte op te treden vanwege voedselgebrek. Er bleven simpelweg veel te veel baarsjes over die samen van veel te weinig visvoedsel moesten leven.

Meer kannibalen

Ook van snoek is bekend dat het bestand aan jonge snoek wordt gereguleerd door kannibalisme. Andere roofvissen die het ook op hun kleinere soortgenoten hebben voorzien zijn snoekbaars, meerval en roofblei. Maar zelfs brasem, blankvoorn en karper lusten wel een visje – en dat visbroed betreft niet zelden hun eigen nakomelingen! Aangezien de meeste vissen tienduizenden eitjes leggen, is dat ook geen probleem: er blijft altijd genoeg jonge vis over voor het voortbestaan van de populatie.

Bron: Hét Visblad

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide