Klompen en karper

886
23 jun 2018

In kringen van ecologen en waterbeheerders wordt de karper door sommigen als een exoot (uitheemse soort) beschouwd. Dat is ten onrechte. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat de karper al eeuwen in Nederland voorkomt.

Over wat een exoot precies is, bestaat discussie in de wetenschappelijke wereld. De meest gangbare definitie van exoot luidt: een organisme dat zich met hulp van de mens heeft gevestigd in een gebied waar het eerder niet voorkwam. Is het een exoot met invasieve eigenschappen, dan kunnen de vestiging en verspreiding hiervan schade veroorzaken. Cyprinus carpio wordt door sommige biologen als een exoot bestempeld, en hoewel in Nederland niet invasief, klinken er her en der ook geluiden dat de karper een negatieve invloed zou hebben op de waterkwaliteit (vertroebeling).

Middeleeuwen

De karper is in ons land een ingeburgerde vissoort. De term ingeburgerd wil zeggen: de soort heeft zich vóór 1900 in ons land gevestigd en weet zich (lokaal/regionaal) zonder hulp van de mens te handhaven. En zelfs de kwalificatie ‘ingeburgerd’ is voor discussie vatbaar. Een aantal bronnen plaatst het eerste voorkomen van karper in Nederland ergens in de Middeleeuwen. Zo beschrijft de Duitse non Hildegard von Bingen in het in 1158 verschenen boek Physica, Liber subtilatus nauwkeurig het gedrag van vissen, waaronder de karper, in het stroomgebied van de Rijn.

Op eigen kracht

De waarnemingen van Hildegard wijzen er op dat Cyprinus carpio vanuit de Donau de Rijn heeft weten te bereiken. Deze oversteek is waarschijnlijk niet het resultaat van viskweek en -uitzettingen. Vanuit de Kaspische Zee heeft de karper zich via grote riviersystemen met sterk dynamische vloedvlaktes en periodiek overstroomde oeverzones verspreid over Europa. Een natuurlijke kolonisatie van de Nederlandse wateren vanuit het Rijnstroomgebied in de Middeleeuwen is dus aannemelijk. Zeker omdat karpers robuuste vissen zijn: ze leggen moeiteloos grote afstanden af en zijn buitengewoon tolerant voor verschillen in temperatuur, zuurstof- en zoutgehalte. Van origine zijn het dan ook riviertrekvissen.

Karperkweek

Parallel aan de natuurlijke verspreiding breidde de karper haar leefgebied in West-Europa uit met behulp van de mens. Dit door middel van kweek, uitzettingen en ‘ontsnappingen’, en van daaruit mogelijke verwildering van gekweekte individuen. Het is echter goed om te beseffen dat toen de karperteelt in de 12e en 13e eeuw sterk uitbreidde in West-Europa, hierbij de wilde Rijnkarper werd ingezet. Deze wilde vis stond dus aan de wieg van de domesticatie. Dat zich al vroeg in dit proces ook ontsnapte, gekweekte exemplaren hebben kunnen vermengen met het natuurlijke bestand, is dus eigenlijk een terugkeer naar de bron.

Oer-Hollands

Het begrip exoot kan gegeven de hiervoor beschreven geschiedenis dus niet aan de orde zijn voor de karper. De al eeuwenlang voortschrijdende domesticatie doet daar niets aan af. Evenmin als de waarschijnlijk ook al eeuwenlange aanwezigheid van wilde en later verwilderde karper in de grote watersystemen. De karper is kort gezegd net zo Nederlands als klompen.

Bron: Hét VISblad


Gerelateerde berichten
Er zijn geen gerelateerde berichten.
Divide