Vis & water

Visserij blij met visie Europees visserijbeleid minister Verburg

2723
09 nov 2009

Bron: schuttevaer.nl. De kwetsbare en waardevolle ecosystemen in zee zijn in 2020 beschermd. De visbestanden zijn gezond en de visserij maakt gebruik van duurzame technieken.

De visbestanden en het ecosysteem zijn immers het kapitaal van de sector. De hele visserijsector is gecertificeerd. Maar om dit te bereiken moet het visserijbeleid wel op een andere leest worden geschoeid. Minder top-down, waarbij de verantwoordelijkheden meer komen te liggen bij de direct betrokkenen.

Dit zijn enkele belangrijke elementen uit de visie ‘Vis, als duurzaam kapitaal, de Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid' van minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 moet er een nieuw Europees visserijbeleid zijn. Daarover wordt de komende jaren in Europa gedebatteerd. Nederland levert met deze visie zijn inbreng in de Europese discussie.

Maandag konden visserijleerlingen en anderen al een bijdrage leveren aan de discussie op de Visafslag van Scheveningen, waar minister Verburg persoonlijk uitleg kwam geven. Verburg: ‘Niemand kan eromheen; er zijn maatregelen nodig. Anders is er over twintig jaar niets meer te vissen. Daarom zal ik mijn visie op het Europees Visserijbeleid met kracht uitdragen.'

Kapitaal

Een gezond ecosysteem met voldoende vis is het kapitaal van de visser, stelt Verburg. Daarom moet hij daar zorgvuldig mee omgaan. Dat betekent dat biologische vangstadviezen heel belangrijk zijn. Een ander uitgangspunt moet zijn dat de visserij voedsel produceert zonder verspilling. Dit betekent dat het overboord zetten van ongewenste bijvangst moet stoppen. De visserijsector zal in de toekomst gebruik moeten maken van de best beschikbare visserijtechnieken, die de minste invloed hebben op het milieu.

In de visie van LNV spelen de markt en de consument een grote rol bij het realiseren van de doelstellingen. Het ministerie verwacht veel van certificeringen, waarmee kan worden aangetoond dat de vis verantwoord en milieuvriendelijk is gevangen en bovendien van hoge kwaliteit is. ‘Daarnaast zal de visserijsector meer moeten reageren op de vraag uit de markt. De afzetketen is nu nog te versnipperd met veel kleine spelers. Ook de marketing moet worden verbeterd. Dit vraagt om meer ondernemerschap. De sector is hier aan zet.'

In de visie van Verburg moet de besluitvorming in Europa veranderen. ‘Het visserijbeleid wordt in Brussel tot in detail bepaald. Veel besluiten kunnen beter dicht bij de praktijk in de regio worden genomen. Dan kan ook de rol en betrokkenheid van de belanghebbenden groter worden. De regionale adviescommissies kunnen het beleid zo eenvoudig mogelijk maken, omdat zij het zelf moeten uitvoeren. Ook zal er dan meer verantwoordelijkheid voor de naleving van het beleid ontstaan, wat leidt tot minder uitvoerings- en handhavingslasten. Uiteindelijk leidt dat tot meer draagvlak en een grotere verantwoordelijkheid voor de sector.'

Verheugd

Het Productschap Vis reageert verheugd op de visie van LNV op het toekomstige Gemeenschappelijk Visserijbeleid. ‘Op hoofdlijnen is de Nederlandse sector het eens met de analyse van het ministerie. Het venijn zit hem in de details en de interpretatie van begrippen. De Nederlandse vissector deelt de mening van LNV dat duurzaam gebruik van de visbestanden de prioriteit dient te zijn van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), want deze vormen immers de basis van een economische gezonde sector.

Echter, als we naar de invulling van de details gaan kijken en de interpretatie van begrippen, dan vinden we verschillen in de insteek van LNV en die van de Nederlandse vissector. Zo onderschrijft LNV volledig de doelstellingen van Maximale Duurzame Oogst (MSY), ecosysteembenadering en het uitbannen van discards. De uitwerking van deze begrippen wordt niet gegeven. Een letterlijke en vergaande toepassing van deze begrippen zou het einde kunnen betekenen van de Nederlandse platvisserij. De sector heeft grote twijfels bij het begrip van MSY, omdat wetenschappers twijfelen of dit niveau voor alle bestanden tegelijk haalbaar is. Het begrip ecosysteembenadering is eveneens niet uitgewerkt en kan tot verschillende interpretaties leiden. LNV suggereert hiermee een objectiviteit die er niet is. Deze begrippen zijn aan meningen en interpretaties onderhevig en daardoor niet werkbaar in een goed visserijbeheer.'

Quota ruilen

‘LNV geeft ook aan dat het GVB dezelfde doelstellingen van duurzaamheid moet toepassen in de wateren van derde landen en internationale wateren waar EU-schepen vissen. Met betrekking tot bilaterale akkoorden worden voorwaarden geformuleerd voor een financiële betrokkenheid van de betreffende EU-vloot in derde landen akkoorden. Voorkomen moet echter wel worden dat een deelname aan de visserij in een derde land onder een EU-akkoord hogere kosten voor een Europese visser met zich zou brengen dan zonder zo'n akkoord.

‘Een grote verantwoordelijkheid legt LNV bij de marktwerking (bij de marktdeelnemers) en bij (private) certificeringschema's. Tegelijkertijd constateert de visie ook dat de consument niet erg geïnteresseerd is in het begrip duurzaamheid. Ook op de markt moet sprake zijn van een eerlijk speelveld zijn: alle vis die op de Europese markt wordt gebracht dient aan dezelfde eisen te voldoen.

‘LNV is voor een verdere regionalisering, grotere betrokkenheid van stakeholder via versterkte RAC's en introductie van result based management. Zaken die ook de sector onderschrijft.

Positief is, dat de LNV-visie een vrij helder beeld geeft hoe regionalisering, met daarin de RAC als centrale figuur, zou kunnen werken. Vervolgens wordt hier wel een kernverantwoordelijkheid bij de sector gelegd om door middel van co-management de geformuleerde doelstellingen (gebaseerd op MSY, ecosysteem en geen discards) ook daadwerkelijk te behalen. Hierin schuilt echter het gevaar van te ambitieuze doelen, waarbij het vervolgens aan de sector wordt overgelaten deze doelen te realiseren.

In ieder geval moeten de sectororganisaties (in het bijzonder de producentenorganisaties) in dit model wel toegerust worden om meer verantwoordelijkheid te kunnen nemen in dit proces. Zo dient het spanningsveld tussen mededingingsautoriteiten en de producentenorganisaties te worden opgelost.

‘De sector is van mening dat het ruilen van quota tussen ondernemers of groepen ondernemers van verschillende lidstaten en met andere kuststaten (zoals Noorwegen) vergemakkelijkt dient te worden.'

Bron: schuttevaer.nl

Er zijn geen gerelateerde berichten.

Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons. cookiebeleid.

Divide